Zusters van "De Voorzienigheid", sluier
 INHOUD Journaal Bestuur & Organisatie Spiritualiteit Geschiedenis Activiteiten Publicaties  Geloofsbrief
                                home                                                                                                                                         

Inhoud,



De betekenis van kleding
De oorsprong van onze sluier
Bescherming of gevangenis
Sekxueel gedrag
Religie en seksualiteit
verhouding kerk en staat
Veelkleurig Nederland
Multiculturele Islam
Indentiteit
Geuzendoek
Positie van de vrouwen
Wat zegt de bijbel
Een Arabische stem
De koran over de sluier
Debat in moslimgemeenschap
Grote regionale verschillen
Tenslotte





VERSLUIERDE TAAL 

INLEIDING

Steeds vaker zien we ze: vrouwen met een hoofddoek, of soms zelfs helemaal gesluierd. Ze vallen op als we op straat lopen. Het zijn niet alleen oudere vrouwen. Vaak zijn het jonge vrouwen, die door hun hoofdbedekking aangeven “anders” te zijn. Door hun kleding zijn deze vrouwen herkenbaar als moslim. Er is een verwijzing naar hun geloof. Vooral in de grote steden zijn er méér gesluierde vrouwen op straat, dan in de tijd, dat wij als vrouwelijke religieuzen in habijt liepen.
Hoe denken we daarover? Van tijd tot tijd zijn er discussies op radio, t.v. of verjaardagen. Mag een vrouwelijke rechter een hoofddoek dragen? Of een caissière bij Albert Heijn?
In politiek Den Haag is men er knap zenuwachtig van. In Duitsland en in Frankrijk zijn maatregelen genomen. In Turkije is onlangs besloten dat studentes aan de universiteit géén hoofddoek mogen dragen tijdens colleges.
Onder medezusters horen we zeer verschillende reacties. Er zijn vragen, er is onrust, zelfs angst of woede. Anderen vinden het niet zo’n probleem. Wij, als religieuzen, hebben ons lange tijd onderscheiden van anderen, door het dragen van “andere” kleding, inclusief sluier. Ook onze kleding was een verwijzing naar ons geloof. Wij hebben de keuze gemaakt om dit onderscheid door middel van onze kleding los te laten. Waarom maken islamitische vrouwen in Nederland een andere keuze? Hoe komt het toch, dat vrouwen, die een hoofddoek dragen, zoveel reacties oproepen? Wat vinden we er zelf eigenlijk van?
Aan “sluiers” hangt een heel verhaal, er gaan zeer veel vragen onder schuil. Enkele van die verhalen proberen we in beeld te brengen. Niet dat we denken daarmee een antwoord te hebben op alle vragen. Toen wij over dit thema spraken, bleken er steeds méér vragen en gedachten te ontstaan! Dat is ook wat we hopen: dat er vragen en gedachten ontstaan, dat we hierover met elkaar praten en nadenken en onze mening vormen.

We vonden mevr. Basema Spijkerman-Salman bereid ook haar visie op de huidige discussie te geven en inzicht te geven in wat de Koran er nou werkelijk over zegt.


terug

DE BETEKENIS VAN KLEDING

Kleding is veel meer dan bescherming tegen kou, regen en ongewenste blikken. Kleding geeft een hele serie signalen af; het is ook een communicatiemiddel.
Er waren tijden en er zijn culturen waar de kleding heel duidelijke taal spreekt. Vroeger had elk dorp of elke streek eigen kleding. We kennen dat nu nog als klederdrachten. Dan kon je zien: die persoon komt uit Volendam of Edam, is gehuwd, of juist niet.
Bij ons zijn enkel uniformen nog zo eenduidig van taal. Je ziet meteen: politie, brandweer, conducteur, arts. Of je weet: die mevrouw, meneer werkt in deze winkel, want ze draagt een bepaald type kleding met een logo.
Aan sommige kleding, uniformen, kun je herkennen dat iemand een bepaald beroep uitoefent. Het uniform van het Leger des Heils drukt ook iets uit: dat maakt iemand bekend als lid van een bepaald kerkgenootschap. Aan de hoofddoek zie je meteen: “een moslima”. Zoals men vroeger meteen zag: “een non”. Door haar hoofdbedekking zegt deze vrouw iets over haar geloof en de groep mensen bij wie ze hoort, degenen met wie ze haar geloof deelt.
Niet alleen een uniform, alle kleding spreekt. Onze kleding spreekt veel meer, dan we op het eerste gezicht denken. In onze (westerse, geseculariseerde) wereld spelen we liberaal, alsof kleding volledig vrij gekozen kan worden en alleen maar een individuele smaak aanduidt. Dat is schijn.
Waarom spreken we zo snel over elkaars kleding? We geven commentaar op iemands piekhaarkapsel, op haar soepjurk, op haar hoge hakken, of wat al niet. Waarom werd er in de krant geschreven over het spijkerjasje van prinses Máxima bij de doop van haar dochter Amalia? Waarom worden medewerkers van de congregatie geacht zich “representatief” te kleden – en wat is representatief?
En waarom heeft zich een grote mode-industrie ontwikkeld? En hoezeer is mode dwang, hoe snel is kleding “uit de mode”? Misschien moeten we constateren, dat de taal van de kleding bij ons gecompliceerder geworden is. Maar ook in onze samenleving “spreekt” kleding een eigen taal.
Elke groepering heeft kleding “die mag” en kleding die “niet mag”. Daarover staat niets op papier, iedereen “voelt dat aan”. Daar zijn ongeschreven regels voor. Wie door haar kleding laat zien “dat niet aan te voelen” krijgt commentaar. In het beste geval zeggen we dan: “echt iets voor haar”. Maar vaak betekent dat: die “haar” hoort niet bij ons. Ze hoort niet in “onze” groep. Soms kan zo iemand bij de groep blijven horen, door zich, bijvoorbeeld, extra verdienstelijk te maken.
Bij veel functies worden eisen gesteld aan kleding, zonder dat het om een uniform gaat. Een directeur van een bedrijf of bank moet goed in het pak zitten. Van directiesecretaresses wordt vaak een wat stijve, mantelpakachtige kleding verwacht.br> De taal van deze kleding is: u kunt me vertrouwen. Daarom gaat een gedetineerde in een net pak naar de rechtbank en draagt een verkoper een keurig pak in de showroom.

Ook bij veel gelegenheden zijn er ongeschreven of soms zelfs geschreven kledingwetten. Naar een concert ga je “netjes” gekleed. Naar een begrafenis ga je “stemmig” gekleed. Naar een feest ga je “feestelijk” gekleed. Op het strand loop je niet in driedelig krijtpak.
Kleding kan een stand uitdrukken. In Europa zien we dat nog bij adellijke feesten, in Nederland bij klederdrachten.
Bij jongeren zien we dat je door bepaalde kleding deel wordt van een sociale groep. Zelfs scheuren in de broek kunnen zo’n sociaal teken zijn. Op stations in de grote steden zie je al die kledingstijlen door elkaar van mensen die op weg zijn naar allerlei soorten bijeenkomsten.
Er zijn groepen en kringen waar vrouwen naar de laatste mode gekleed moeten verschijnen om serieus genomen te worden. Dat vinden we bijvoorbeeld in de “high society”, televisiewereld, bepaalde jongerengroepen, onder “nieuwe rijken”.

Op de allerhoogste top en helemaal onderaan is de meeste ruimte om “vrij “ je kleding te kiezen. Onderaan let niemand op je en “tel je niet mee”. Aan de top kun je met jouw kleding zelfs trend zetten. De Beatles en de zangeres Madonna zijn voorbeelden. Prinses Máxima doet het op zeer speelse wijze, ze is er knap in.
Voor vrouwen gelden meer – geschreven en vooral ongeschreven - regels dan voor mannen. De kranten geven vaker commentaar op kleding van politieke vrouwen dan van politieke mannen. Als de koningin ergens verschijnt, is de kleding van vrouwen voorgeschreven (ook een hoed, ook een lange rok).
Van een vrouw wordt gemakkelijker geaccepteerd dan van een man dat ze door haar kleding opvalt, als die kleding maar extra mooi, duur en apart is. Van mannen wordt gemakkelijker geaccepteerd als de kleding slordig, saai, lelijk of zelfs vuil is.

Sommige mensen kleden zich op een heel persoonlijke wijze. Dan zie je: “Dat is echt iets voor haar”. Kleding kan iets van het karakter uitdrukken, of iets van de stemming van het moment: supernetjes, slordig, vlot, sportief, uitdagend, excentriek.
Van vrouwenkleding wordt vaak gezegd dat het seksueel getinte seinen uitzendt.
Sommige kleding drukt uit: “Ik ben niet te krijgen”. Van andere kleding wordt gezegd, dat het aangeeft: “Pak me maar”.

Toen in de jaren zestig de minirokjes pas in de mode kwamen, was vaak het commentaar: “zij vraagt om moeilijkheden”. Dat wil zeggen: ze wil lastig gevallen worden door mannen. Begin 20ste eeuw was een vrouw die haar enkels onbedekt liet al bijna een “lichtekooi”.
Het gevoelen op dit punt verandert snel, maar het is er altijd. Er is altijd vrouwenkleding die ervaren wordt als “decent” en kleding die ervaren wordt als “er om vragend”.
Ogenschijnlijk lijkt de sluier van moslimvrouwen ook te gaan over dit seksuele signaal. De Iraanse schrijfster Chahdortt Djavann is een verklaard tegenstandster van het dragen van de sluier. De sluier is een symbool van vernedering, vindt ze. “Hij geeft aan dat je als vrouw je lichaam moet bedekken voor de blikken van mannen. Dat maakt gesluierde vrouwen juist tot seksobjecten.”

Een groot deel van de discussie draait om deze betekenis van de sluier, zeker binnen de moslimwereld zelf. Maar er gaat veel meer schuil onder deze sluiers. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de grote verscheidenheid van sluiers. Twee uitersten: een helemaal zwart geklede en gesluierde vrouw, of een tienermeisje met strakke broek en truitje, hoge hakken, nagellak, lippenstift, oogschaduw en een fraai gekleurde doek om hoofd en haarknot gewonden, die perfect kleurt bij haar kleding.br> Kleding geeft identiteit, kleding kan stigmatiseren. Kleding kan onvrij maken, kan vrijheid uitstralen. Kleding kan je verraden en kleding kan je beschermen. Kleding kan macht geven, kan je onbetekenend maken. Kleding is een presentatie, een lezing, een verhaal.


terug

DE OORSPRONG VAN ONZE SLUIER

Op schilderijen uit de Middeleeuwen kunnen we zien, dat vrouwen in Europa en Nederland toen allemaal gesluierd waren of kapjes droegen die het hele haar bedekten. Tot ver in de 19e eeuw zien we dat terug.
In grote delen van de wereld is het nu nog steeds de gewoonte, dat vrouwen hun hoofd bedekken. In Irak bijvoorbeeld leven ongeveer één miljoen christenen. De oudere christelijke vrouwen dragen er zwarte kleding inclusief sluier .
De kloosterkleding in die oude tijden was uniform. Daarmee drukte men de armoede uit en benadrukte men het gemeenschappelijke boven het individuele. Ook was men herkenbaar voor anderen.
De uniformiteit kreeg steeds meer het hoofdaccent. Het werd zelfs een teken van identiteit. Anno 1955 kunnen we op SNVR-foto’s van overstenvergaderingen precies aanwijzen wie van welke congregatie is. De kleding tekent een precieze identiteit in de collectieve zin.
Armoede was het allereerste signaal dat met de religieuze kleding werd uitgedrukt. Daarom werd meestal een uniform gezocht in de stijl waarin de arme boerenbevolking gekleed ging. Later werd het afgestemd op de arme stadsbevolking.

Vanaf de 13de eeuw komen de bedelorden op (Franciscanessen, Dominicanessen) die bewust een teken wilden zijn tegenover de kerkelijke hiërarchie die zich te adellijk gedroeg en kleedde, in de kleding pronkend met hun rijkdom. Het leverde wollen habijten op, omdat armen wol droegen en rijken linnen of zijde.
Veel later, we vermoeden in de 19de eeuw, kreeg de sluier van zusters betekenisverwijzing naar “religieuze zijn” als “bruid van Christus” zijn. Die betekenis kon er pas aan gegeven worden toen “burgervrouwen” geen kapjes en sluiers meer droegen.


terug

BESCHERMING OF GEVANGENIS 

Kleding kan bescherming bieden, tegen ongewenste blikken bijvoorbeeld. Maar het kan ook een gevangenis worden. “Ik was dertien toen ik voor het eerst op straat en op school een sluier moest dragen”, vertelt de Iraanse schrijfster Chahdortt Djavann, “Sindsdien heb ik me afgevraagd waaraan ik me schuldig had gemaakt, dat ik verplicht was me te verbergen. Je haar en je lichaam moeten wegstoppen achter een doek, geeft je een gevoel van schaamte en vernedering.” Op haar drieëntwintigste vluchtte deze vrouw uit Iran naar Parijs – sindsdien verweert ze zich tegen iedereen die het dragen van een sluier verdedigt.
Voorgeschreven kleding die niet lekker zit is een gevangenis. Maar ook bijvoorbeeld mooie nieuwe schoenen kunnen een gevangenis zijn. Schoenen die knellen en niet goed passen folteren je voeten die jou moeten dragen. Wie van ons kent niet de ervaring van de opluchting als je knellende schoenen van je gloeiende voeten kunt schoppen om een voetbad te nemen of de voeten hoog te leggen?br>
Of kleding beschermend is, of een gevangenis hangt van een aantal factoren af. Hoeveel keuze heeft degene die de kleding draagt? Hoe goed voelt zij/hij zich in die kleding? Waarvoor of waartegen dient de kleding ons te beschermen?
We herinneren ons allemaal nog wel het beeld van Prins Claus die zich staande voor de microfoon, bevrijdt van de letterlijk en figuurlijk knellende stropdas.

De islam is een godsdienst die, net als het jodendom en het christendom, in het Midden Oosten ontstond. Mohammed was een Arabier; de eerste moslims waren Arabieren. Tegenwoordig is de islam verspreid over de hele wereld en omvat het veel volken en culturen.
De eerste moslims, Arabieren, leefden in de woestijn. In de zomer is het daar onwerkelijk heet, 60, 70 graden op het heetst van de dag. Maar ‘s nachts en ’s winters is het er ijskoud. Mannen en vrouwen lopen er in lange jurken en met bedekt hoofd. Deze kleding beschermt tegen de zon én tegen de kou tegelijk. Deze woestijnkleding is bescherming. Wel zijn mannensluiers en vrouwensluiers verschillend, maar beide beschermen tegen kou en zon.
Het klimaat waar mensen wonen was van grote invloed op hoe men zich kleedde. Dat liet mensen zich bedekken of liet hen nagenoeg naakt lopen. Later kreeg zoiets culturele betekenis, nog later religieuze betekenis.


terug SEXUEEL GEDRAG

In de discussie over de sluiers van moslima’s spelen de opvattingen over seksualiteit en over de rol en positie van vrouwen altijd ook een rol. Moet een vrouw zich bedekken omdat ze anders mannen “uitnodigt” haar lichaam te gebruiken? Betekent strakke, blote kleding, gedragen door een vrouw dat ze “uitdagend” is?
Alle kleding van vrouwen krijgt altijd ook een seksueel etiket mee: netjes of uitdagend; decent of sensueel. Die etiketten worden opgelegd vanuit een mannelijke kijk op vrouwen. In de modewereld is dat het meest duidelijk: mannen maken de mode en worden er rijk van, vrouwen kopen en dragen de mode en worden er eventueel arm van.
Eigenlijk suggereert deze kijk op vrouwenkleding, dat vrouwen verantwoordelijk zouden zijn voor het gedrag van mannen. Als hij zijn handen niet kan thuishouden, heeft zij hem uitgedaagd, is het haar schuld.

Moslimmannen die de sluier wensen of verdedigen spelen feitelijk in op dit spel met de verantwoordelijkheid. In tegenstelling tot mannen die de mode maken, willen zij dat “hun” vrouwen geen aandacht trekken van mannen. Maar… dat kan enkel als vrouwen zich “onzichtbaar” maken. Want mannen worden nu eenmaal geprikkeld door het zien van vrouwen, zo werken hun hormonen.

Waarom echter zouden vrouwen verantwoordelijk gesteld moeten worden voor het gedrag van mannen? Waarom wordt niet helder gesteld dat mannen hun eigen prikkelingen en emoties en hormonen moeten leren beheersen?

Ter vergelijking:
Een arme die geprikkeld wordt door het enorme aanbod in de etalage en tot stelen komt wordt zelf voor die daad verantwoordelijk gesteld. De reclamemakers en vormgevers die een product begerenswaardig maken dragen niet de verantwoordelijkheid voor deze winkeldiefstallen. Deze overmatige prikkeling wordt niet bekritiseerd, die is zelfs de hoeksteen van onze markteconomie.

Waarom zou dat tussen mannen en vrouwen anders zijn? Waarom worden vrouwen verantwoordelijk gehouden voor de opwinding die mannen ervaren? Waarom wordt van mannen niet gewoon verwacht dat zij hun eigen hormonen bedwingen? Ook vrouwen hebben hormonen die opspelen en die dienen vrouwen zelf te beheersen.
Mannen worden gemakkelijker geprikkeld door het zien dan vrouwen, dat is waar. Maar waarom zou dat moeten betekenen dat niet zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag, maar de vrouwen? En dus de vrouwen kleding krijgen voorgeschreven door de mannen?


terug

RELIGIE EN SEKSE

In de Koran zijn teksten die proberen de mensen advies te geven over hoe met elkaar om te gaan in menselijke verhoudingen, ook in liefdesrelaties. Hoe kun je elkaar respecteren en elkaar sterken in de omgang? Dat was een zorg van Mohammed en andere islamitische profeten. In de tekstinterpretatie, eeuwenlang een mannenzaak, werden veel van die teksten in het voordeel van mannen uitgelegd. In de praktijk werd dat soms heel vrouwvijandig. De oorspronkelijke teksten kennen die vrouwvijandigheid niet.
Iets dergelijks zien we zowel in het jodendom als het christendom. In de joodse geschriften (o.a. het “Oude” Testament) zijn diverse teksten die vrouwen bescherming bieden, in een wereld die patriarchaal gestructureerd is. Wat aanvankelijk tot bescherming bedoeld is, wordt door latere interpretaties en door veranderde omstandigheden tot nadeel en onderdrukking van vrouwen. Eeuwenlang was tekstinterpretatie een mannenzaak, dat heeft daar zeker aan bijgedragen.
Jezus gaf daarop enkele correcties, dat is door tekstvergelijking te zien. Maar ook de Nieuwtestamentische teksten zijn eeuwenlang enkel door mannen uitgelegd. Ze werden steeds weer in het nadeel van vrouwen gelezen.

Alle drie de godsdiensten (het Hindoeïsme overigens ook) hebben in hun oorspronkelijke teksten veel pogingen om de positie van vrouwen te verbeteren. Eigenlijk geldt dat veel breder: alle godsdiensten kennen veel teksten die proberen de positie te verbeteren van uitgebuite, onderdrukte groepen, niet enkel vrouwen. Maar elke godsdienst krijgt vorm in een culturele context.
We zien in al deze godsdiensten dat culturele gewoonten toch sterker zijn en de bevrijdende elementen verdringen. De teksten worden dan uitgelegd ter verdediging van hardnekkige gewoonten in het voordeel van degenen die het voor het zeggen hebben. De bevrijdende tendensen moeten steeds opnieuw opgedolven worden, in elke situatie opnieuw.

Als het gaat om het verschil in sekse, zien we in bijna alle godsdiensten iets identieks.
Religieuze teksten verwoorden de droom van idealen, van een betere toekomst. En ze verwoorden de pijn om de ellendigheid van het heden. Religie en religieuze teksten verwoorden en verbeelden het spannende emotionele gebied tussen droom en werkelijkheid, tussen ideaal en realiteit, tussen het reine en het bezoedelde.

In alle culturen zien we een heel dubbel spel tussen dominantie en (on)reinheid. De dominante groep manipuleert met die begrippen net naar het hen uitkomt. In het kastensysteem heeft dat gevolgen voor de arme klasse (laagste kasten), over de hele wereld heeft dat gevolgen tussen mannen en vrouwen.
Als het om verdelen van posities gaat, worden vrouwen te zwak geacht of onwaardig of onrein (vanwege de menstruatie bijvoorbeeld). Zo zijn in bijvoorbeeld de katholieke kerk nog steeds alleen mannen waardig genoeg om priester te worden en de macht te verkrijgen die daarmee gepaard gaat.
Tegelijk worden vrouwen in veel godsdiensten geassocieerd met het reine, het vrouwelijke wordt symbool voor het reine. Ook dat werkt onderdrukkend voor vrouwen, omdat daarmee veel gedrag voor vrouwen is verboden wat aan mannen wel wordt toegestaan. Van mannen wordt geaccepteerd dat ze “omwille van de realiteit” of om iets anders, “nu eenmaal” met het onreine moeten omgaan en zich daarnaar gedragen. Of dat nu gaat om geweld, om rijkdom, om macht of om seksuele verlangens.
De Romeinen kenden de Vestaalse maagden om de goden gunstig gestemd te houden tegenover het volk. In vele islamitische culturen staan de “ongeschonden” meisjes voor de familie-eer. Zelf kennen we nog de tijd dat een meisje haar ouders “te schande” kon maken terwijl zoons vrijuit gingen. Ons eigen huize Hubertus was zo’n voorbeeld, waar “gevallen meisjes” werden opgevangen. Wij vingen ze dan nog op, en moesten ze opvangen omdat ze bij de eigen familie niet meer terecht konden met hun “onecht” kind.

Dit fenomeen, om vrouwen synoniem te stellen aan reinheid, maakt de weg vrij voor mannen om zich naar willekeur uit te leven. Zelfs een meisje dat verkracht werd krijgt nog steeds de twijfel nagedragen “of ze geen aanleiding gaf”.
Volgens die “religieuze” dictaten heeft een vrouw alleen maar de keuze tussen maagd en hoer. De maagd is sacraal, bewerkt bemiddeling tot de wereld van het goddelijke of reine, en zodra de vrouw daar niet aan wenst te beantwoorden wordt ze uitgestoten. Alleen de vrouw die huwt (zich aan één man onderwerpt) ontkomt aan dat dilemma, maar betaalt in veel culturen de prijs van de onderwerping. De onreinheid van deze gehuwde vrouwen kreeg accent in de katholieke gewoonte om na de geboorte van een kind de gang te maken voor de reiniging bij het Maria-altaar.
In Zuid Afrika leeft de mythe dat je als man van aids kunt genezen door met een maagd te vrijen. Die mythe is verantwoordelijk voor een heel groot aantal HIV-besmettingen.

Dekleding speelt in dit dubbele spel een belangrijke rol.
Het habijt van vrouwelijke religieuzen, de sari van hindoestaanse vrouwen, de hoofddoek van de moslima, zijn alle drie ook een verwijzing naar die “reinheid”. In hun religieuze duiding hebben deze kledingstukken een gecompliceerde functie om de plaats van vrouwen in de omgang met het religieuze aan te geven. Door die kleding tot symbool van “reinheid” te maken, worden vrouwen verantwoordelijk voor de “reinheid” van de samenleving en gaan mannen vrijuit. Een vrouw die de kledingcode schendt wordt meteen als een hoer neergezet. Is dat een realistische manier van rolverdeling?

 

VERHOUDING KERK-STAAT 

 De hoofddoek van de moslima heeft te maken met haar geloof en geloofsgenoten. Het verwijst naar de positie van vrouwen en naar seksualiteit. En hij heeft iets te maken met “reinheid.” Maar er zijn nog meer aspecten en betekenissen die meeklinken in het debat over de sluier. In de felheid van de discussie over de hoofddoek speelt ook de West-Europese opvatting mee van de staat. Of beter, van de voorstelling die wij hebben van de scheiding van kerk en staat. In de grondwet van West-Europese staten is vastgelegd dat er een scheiding is tussen de kerk en de staat. De kerk zal zich niet bemoeien met de overheid, en de overheid zal zich niet bemoeien met de kerk, beide hebben een eigen domein. Dat was een compromis in de vroegparlementaire geschiedenis tussen de burgerklasse die zich had vrijgemaakt van de adel, en van de geestelijke stand die toen nog steeds adellijke allures had.

 Met name in Frankrijk reageert men allergisch als men meent dat de scheiding van kerk en staat in het geding is. De Fransen zijn consequent: bij wet zijn alle religieuze symbolen in openbare ruimten verboden: kruisen, keppeltjes, hoofddoeken. Deze symbolen zijn geloofsgetuigenissen, vindt men in Frankrijk, en geloofsgetuigenissen horen niet thuis op straat en op school; geloof hoort thuis in het privé-domein.

In Duitsland is men met een dergelijke maatregel bezig. In Nederland hoor je vooral politici uit de VVD en de LPF ervoor pleiten om religieuze symbolen in openbare ruimten te verbieden. Ook dan klinkt het motief: geloof is een privé zaak.

 De discussie wordt gevoerd over “religieuze symbolen”, maar het gaat eigenlijk om de hoofddoek. Op basis van de grondwet kan dat zo niet geformuleerd worden. Dat zou immers een duidelijke discriminatie van een bepaalde geloofsgroep, de moslims, betekenen. Daardoor loopt de discussie steeds uit op de vraag: wat weegt het zwaarst: de vrijheid van godsdienst of de vrijheid van meningsuiting? Met die discussie is de grondwet in het geding, maar ook de traditie van tolerantie waar Nederland zich op beroept. De beperktheid van die tolerantie is de laatste jaren soms schrijnend zichtbaar geworden.

 Op de achtergrond echter gaat het vaak om angst voor de islam, maar niet iedereen wil dat hardop zeggen. Die verborgen angst bewerkt iets ironisch. Met het verbod op hoofddoeken mengt de politiek zich in de interne religieuze discussie van moslims. Want ook binnen de islam zijn de opvattingen over de hoofddoek zeer verdeeld. Daarmee wordt feitelijk de scheiding van kerk(moskee) en staat opgeheven, door politici….

 
VEELKLEURIG NEDERLAND

 In de afgelopen veertig jaar hebben er in Nederland en in de wereld grote veranderingen plaatsgevonden, die op vrijwel alle levensgebieden hun uitwerking hebben. Eén van de dingen die we vooral in de grote steden kunnen zien: Nederland is veelkleurig geworden. Bij “veelkleurig” horen dan de woorden: “autochtoon” en “allochtoon.”

 Vroeger noemden we “autochtonen” : “inboorlingen”. Tenminste, als het ging om de autochtonen in “onze” koloniën. Witte Nederlanders zijn in Nederland “inboorlingen”. Maar zo noemen we onszelf niet. We kunnen ook het taalgebruik overnemen van volken die door “ons” werden gekoloniseerd. Dan zouden wij onszelf “bleekgezichten” moeten noemen.

Autochtonen zijn dus: “inboorlingen”, “bleekgezichten”.
En allochtonen zou je dus: “aanboorlingen” kunnen noemen en “kleurlingen”.
Waarom zijn die woorden zo lastig? Omdat het steeds weer om een verdeling in groepen gaat. Bij welke groep hoor jij? Een groep van “ons” en een groep van “zij.” En wie niet bij “ons” hoort – het is een aloude angst, de angst voor de vreemdeling die “anders” is,  die dan de kop opsteekt.

 Die angst is curieus. Enkele eeuwen lang waren Nederlanders (Europeanen) er verzot op om grote gekleurde bevolkingsgroepen tegelijk binnen de eigen rijksgrenzen te krijgen. De Britten slaagden daar het beste in, hun “British empire” strekte zich over de hele aardbol uit. In Londen is men al heel lang gewend aan een veelkleurige bevolking.
In het Nederlandse Koninkrijk van koningin Wilhelmina was ruim 75 % van de bevolking moslim. Daar lag niemand wakker van.
Enerzijds waren we minder bang voor de moslims. In Europa en Amerika was men in die tijd bang voor de communisten. Dat hielp ook, om de interne eenheid te bewaren. Zelfs Hitler kreeg lange tijd ruim baan omdat hij zich allereerst tegen de communisten richtte.

 Maar misschien lagen we er ook niet wakker van omdat die “kleurlingen” weliswaar rijksgenoten waren, maar veilig ver weg in overzeese gebieden. In de Polygoonfilms die vertellen van bezoeken van de koningin aan die rijksgebieden waren we vertederd om hen te zien dansen voor onze koningin, om te zien hoe ze haar eerbiedig groetten, in van die interessante kleurige kleding.
In de oude koloniale tijd waren er alleen schepen, geen vliegtuigen. Als je emigreerde, dan ging je voorgoed. Daardoor was er weinig kans dat die “inboorlingen” van ginds hier “aanboorlingen” werden. Ze bleven gewoon daar.
In onze tijd zijn de transportmogelijkheden enorm vergroot en vele malen sneller geworden. Bovendien is er televisie en zijn er andere communicatiemiddelen.

Nu ineens, binnen onze eigen generatie, zijn er zoveel “aanboorlingen” bijgekomen. Er komen andere winkels, andere waren en smaken op de markt, andere geuren bij de buren. Datgene wat die aanboorlingen omringt, hun cultuur, dringt onze stad binnen, onze straat, onze huiskamers en zelfs ons lichaam. Dat komt heel dicht bij.  Dat stelt vragen aan onze eigenheid en aan onze cultuur. Wie moet zich aanpassen aan wie? Veranderen is nooit gemakkelijk, het maakt altijd ook in zekere mate onzeker en doet je onveilig voelen. De een kan er beter mee over weg dan de ander – ieder mens reageert op een eigen wijze op verandering.

 Hoofddoeken maken iets zichtbaar van die veranderingen. Ze maken het afwijkende zichtbaar. Gevoelens van onzekerheid of onveiligheid in een veranderend Nederland kunnen worden geprojecteerd op de hoofddoeken en haar draagsters.
Maar is er wel één Nederlandse cultuur? Is er wel één Nederlandse taal? Hoeveel verschil ervaren we tussen een Zeeuw en een Groninger? Hoe ver ligt Limburgs en Fries uiteen? Onze klederdrachten, een nationale trots, gaan daar ook niet alle vrouwenharen onder verborgen?

En hoe ver liggen niet de gewoonten aan de Larense goudkust verwijderd van de gewoonten driehoog achter in Amsterdam? Wat gaat er verloren als “de Nederlandse cultuur” zou verdwijnen? Wat wordt er bedreigd? De “Nederlandse cultuur” is die Haags, Amsterdams, Achterhoeks of Veluws?
Begin jaren zestig was protestant Nederland nog een totaal andere wereld dan katholiek Nederland. Kinderen uit die twee groepen speelden niet met elkaar. De protestanten waren bang voor de overheersing door de roomschen. De roomschen hadden grote gezinnen en daardoor wérden we ook de grootste kerk in Nederland.

Maar de secularisatie liep nog harder. De oecumenische inspanningen hebben ons minder bang gemaakt voor elkaar. Protestantse en katholieke kerken samen proberen nu stand te houden in een Nederland dat nauwelijks affiniteit heeft met godsdienst. Veel mensen die bezwaar maken tegen hoofddoeken irriteren zich ook aan andere (of alle) godsdienstige uitingen. Hoofddoeken zijn in die opvatting symbool van een godsdienst. Godsdienst – vinden veel Nederlanders - maakt mensen onvrij. De Franse reactie staat op dit niveau, ze is in zekere zin godsdienstvijandig. Vraag is, of ze werkelijk te maken heeft met de scheiding van kerk en staat. Is niet veel meer een seculiere wereld zich aan het inmengen in een religieuze discussie? En is deze onverdraagzaamheid tegenover godsdienstige uitingen niet een vorm van seculier fundamentalisme?

Rotterdam wil geen hoge minaretten meer in de stad. Ze zijn bang voor een stadsbeeld met te veel minaretten. Omdat er teveel kerktorens verdwijnen? Of zouden ze ook niet meer zoveel kerktorens willen? Wil de stad geen”skyline” die teveel godsdienstigheid verraadt? Wil de stad liever hoge torens die naar bank en bedrijf ruiken? Van rokende schoorstenen liggen ze schijnbaar minder wakker dan van minaretten.
Zijn moslims een bedreiging? Zijn godsdienstige mensen een bedreiging? Van wie? Van wat? Begin 20ste eeuw waren de Protestanten zeer huiverig voor de grote katholieke gezinnen, en voor de groei van de katholieke kerk. Ze hebben die groei overleefd.


MULTICULTURELE ISLAM

Moslims, christenen en niet-gelovigen zijn voor elkaar bedreigend, als ze elkaar proberen te bekeren. Of als de ene groep geld en macht heeft en de andere niet. Dat kan tot oorlog leiden, bijvoorbeeld tussen katholieken en protestanten. Noord-Ierland is nog steeds in de greep van wat een “godsdienstoorlog” heet te zijn.

Elke godsdienst kent fundamentalistische groepen. Deze zijn altijd potentieel gewelddadig. Fundamentalisten zijn zo overtuigd van zichzelf, en hangen zo aan de eigen overtuiging dat ze anderen niet verdragen.
Er zijn fundamentalistische islamieten; deze zijn bedreigend. Net als fundamentalistische joden, ook zij zijn gewelddadig. Het conflict Israël-Palestina was waarschijnlijk al tot een oplossing gekomen als de fundamentalistische joden niet zo’n grote invloed zouden hebben gehad.
Fundamentalistische christenen zijn evenzeer beangstigend. In de Verenigde Staten groeien fundamentalistische christelijke groepering snel; ze hebben grote invloed op de regering, zij wilden bijvoorbeeld de oorlog tegen Irak.  

 Fundamentalisme wordt altijd met godsdienst verbonden. Maar ook geseculariseerde, niet-gelovige mensen kunnen fundamentalistisch zijn. Is er niet van fundamentalisme sprake in de wijze waarop sommige politici de discussie over de hoofddoek voeren?
Fundamentalistische groepen zijn intolerant. Als ze zichzelf met wapens gelijk willen geven zijn ze beangstigend. Irakezen zijn zowel bang voor de Amerikanen als voor de felle moslimstrijders in hun land.

 De islam is niet per definitie gewelddadig en bedreigend. De islam is minstens zo veelkleurig als het christendom. Er zijn heel verschillende geloofsgroepen. En binnen de islam zijn heel uiteenlopende culturen bij elkaar gebracht.
Islam wordt veelal met Arabieren gelijkgesteld. Maar de meeste islamieten zijn niet Arabisch. Irak is het meest oostelijke  Arabische land, bij Iran begint een  andere cultuur: de Perzische.  Afghanistan, Pakistan, Bangladesh, Indonesië, diverse voormalige Sovjetrepublieken, diverse Afrikaanse landen rondom de Sahara zijn allemaal islamitisch; het zijn zéér verschillende culturen.
In Nederland zijn er onder andere Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Afghaanse, Iraanse,  Indonesische, Palestijnse islamieten; onder hen beschouwen alleen de Palestijnen en sommige Marokkanen zich als Arabier.
De islam heeft heel veel verschillende culturele gezichten, en overal wordt die cultuur door fundamentalisten verdedigd met “de Koran”. Voor het christendom zouden we hetzelfde kunnen zeggen.

 Binnen de islam zijn er niet alleen heel veel geloofsrichtingen, zoals er binnen het christendom veel verschillende kerken en geloofsrichtingen zijn. Binnen de islam is al jaren ook zoiets als bevrijdingstheologie gaande. Vrouwen en mannen lezen de Koran precies, en geven kritiek op “de traditie”: op de interpretatie van de heilige teksten door mannen. In veel Arabische landen zijn vrouwen al enige tijd bezig om hun positie en rechten te verbeteren. Hoe meer de westerse wereld zich daarmee bemoeit, hoe moeilijker het voor hen zal zijn. De algemene angst voor nieuwe koloniale overheersing is groot.

Hoe meer christenen zich met die discussie bemoeien, hoe moeilijker die interne discussie zal zijn. Want de christelijke wereld wordt in verband gebracht met de West-Europese en Amerikaanse wereld. Die is heel dominant in de wereld, heeft de beste wapens, de snelste technologie, koloniseerde ook de moslimwereld en treedt op  gezette tijden nog steeds zeer koloniaal op. Het Westen is bedreigend. Daar verdedigt de islamitische wereld zich tegen.  Bovendien is die westerse wereld hypocriet.
In 1986 vertelden Afghaanse vrouwen aan Nederlandse vredesorganisaties dat de Mudjahedin en Taliban zeer gevaarlijk waren juist voor vrouwen. Ze smeekten het westen om hen niet te  steunen. Maar het westen wilde de Sovjet-Unie op de knieën en bewapende deze groepen. Ze stuurden Osama Bin Laden erheen als hulp. Afghaanse vrouwen worden sindsdien zeer onderdrukt en in de burqua’s  gedwongen. De laatste oorlog heeft daar maar heel beperkt verandering in gebracht.

De gijzeling van twee Franse journalisten riep als reactie op onder de Franse moslims: “Bemoei je er niet mee, dit is een Franse aangelegenheid.”  Wel, Bush heeft zich met dat soort discussie bemoeit door tweemaal een complete oorlog te starten. “Het Westen” heeft weinig oog ervoor dat “wij “ voor anderen de vijand zijn.

 In Irak neemt het aantal gesluierde vrouwen toe sinds een jaar. Uit angst voor fundamentalistische groepen. Die gesluierde vrouwen proberen zich onzichtbaar te maken, proberen niet op te vallen op straat.
Jonge dominicanessen in Irak doen hun sluier af als ze naar de universiteit gaan. Ook om niet op te vallen, om zich onzichtbaar te maken. Soms door de sluier te dragen, soms door hem weg te laten proberen vrouwen onzichtbaar te zijn. Zo proberen vrouwen hun veiligheid te vergroten in een land waar de onveiligheid enorm groot is.


IDENTITEIT

In Nederland zien we sinds enkele jaren het aantal hoofddoeken snel toenemen. Eén ding valt daarbij op: de vrouwen die een hoofddoek dragen willen niet onzichtbaar zijn, maar willen juist gezien worden. Ze willen opvallen. Vooral aan veel jonge vrouwen is dat goed te zien: de hoofddoek vormt één geheel met hun modieuze kleurrijke uiterlijk.

Waarschijnlijk geldt alleen voor vrouwen die helemaal in het zwart gekleed gaan en gesluierd, dat ze de kleding dragen om zichzelf (zover dat gaat) onzichtbaar te maken. Misschien kleden deze vrouwen zich zo, omdat ze dat zo gewend zijn in hun land van herkomst. Om zich een beetje veilig te voelen in vertrouwde kleding, in een land, dat zo anders, zo vreemd is.
Maar voor een deel van deze vrouwen kan gelden dat ze op bevel van hun man of op bevel van een imam gesluierd zijn. Dan kun je spreken van onderdrukking van vrouwen.

Felle uitlatingen van kamerleden en andere Nederlanders zullen geen verbetering brengen in de situatie van deze vrouwen. Integendeel, mannen die hun vrouwen willen onderdrukken, zullen de hakken in het zand zetten en “voor hun eigen identiteit en geloof” opkomen. Ze zullen net zo reageren als onze christelijke broeders in de “zwarte kousenkerk” of in de SGP.
Voor alle gesluierde vrouwen in Nederland geldt intussen, dat ze “de islam” zeer zichtbaar maken, ook als ze als individu daarin verdwijnen. In Nederland en West Europa heeft de hoofddoek dus ook een heel andere betekenis. De hoofddoek is hier deel geworden van de strijd om de identiteit. Dat betekent, dat de hoofddoek niet per sé verwijst naar fundamentalisme of naar vrouwenonderdrukking. Bij een groot deel van de islamitische vrouwen die een hoofddoek dragen, gaat het om een eigen keuze, om zich zichtbaar te maken. Zich zichtbaar te maken als moslima. De hoofddoek is symbool voor een identiteit die ze willen neerzetten: “Hier ben ik, ik moslima”.

 Die behoefte om de eigen identiteit zo zichtbaar neer te zetten heeft een paar wortels.
Het waren moslimfundamentalisten die op 11 september 2001 willens en wetens de World Trade torens in New York verwoestten. Sindsdien wordt er gesproken over “terroristen’ die ons bedreigen. De dominante, westerse wereld is de laatste jaren vijandig gericht tegen de islam, alsof elke moslim een potentiële terrorist is.
In Nederland zijn de moslims een minderheid. Een minderheid die tevens als vijand wordt gezien, voelt zich – uiteraard - bedreigd.  Opeens worden aan hen veel eisen gesteld om hier te mogen blijven met een “integratiebeleid”. Ook de wijze waarop op radio en t.v.  verslag wordt gedaan over bijvoorbeeld Marokkaanse jongeren beïnvloedt onze waarneming, stigmatiseert moslims. De hoofddoek wordt ook symbool van die stigmatisering.
Voor moslims is het deprimerend om steeds negatief te worden afgeschilderd. Dat kan woede aanwakkeren, angst, trots. Moslims  in Nederland merken dat “inboorlingen” bang voor hen zijn, veel moslimjongeren zijn erg depressief intussen.
Trots en zelfbewustzijn helpen tegen depressie. Eén vorm van trots en zelfbewustzijn is: je duidelijk kenbaar maken. “Hier ben ik, ik kruip niet weg”. Veel jonge vrouwen kiezen voor een trotse, zelfbewuste houding. Ze uiten dat door een hoofddoek. En zeker zijn er ook mannen die daarom van hun vrouw eisen een hoofddoek te dragen, uit trots.
Met velen zo’n hoofddoek dragen op straat, maakt je ook sterker. Je bent een minderheid, maar je bent niet zomaar weg te wuiven. Je bent zichtbaar. Sommige jonge vrouwen zal het zelfs een kick geven te merken dat “bleekgezichten” bang van je worden. Ook moslimjongeren zijn pubers ten slotte.

 Maar er is meer. De moslimjongeren van nu zijn de derde of vierde generatie, soms de tweede. Het land van hun (voor)ouders is hun land niet meer. Ze voelen zich Nederlander. Maar Nederland roept heel hard dat ze geen Nederlander zijn, dat ze “moeten integreren”. Ze leven daardoor in een soort niemandsland, voelen zich ontheemd. Ze leven tegelijk in een samenleving die veel vrijheid geeft. Hun ouders kennen dat niet, kunnen hen er niet in begeleiden. En de Nederlandse samenleving, die hen zou moeten opvangen wijst hen af.
Godsdienst is dan een belangrijk houvast voor de eigen identiteit. Door je hoofddoek kun je dat een accent geven.

Onze samenleving is ingewikkeld, vol tegenstrijdigheden, en verandert snel. Daardoor kun je je onveilig voelen. Dat geldt niet alleen voor moslims. Waar vind je houvast? Waar voel je je thuis? Voor ieder lid van de samenleving zijn dat vragen waar je mee om moet gaan. Het is menselijk om naar anderen te wijzen, die jou een ongemakkelijk, onveilig gevoel zouden geven. Maar waarom zouden anderen verantwoordelijk zijn voor jouw ongemakkelijke gevoelens?


GEUZENDOEK

 We kennen uit onze geschiedenis geuzenliederen. Daarin klinkt het verzet van de protestanten tegen de katholieke onderdrukkers. Eigenlijk is het vooral een lange neus van Hollanders tegen de Spaanse overheersers, in die tijd. Natuurlijk was God aan onze zijde tegen die vreemde overheerser. Het Wilhelmus is zo’n geuzenlied.
Minderheden en onderdrukte groepen zoeken “God aan hun zijde” om de hoop overeind te houden. De bevrijdingstheologie heeft dat inzicht zelfs tot kern van het christelijke denken genomen. “God neemt het op voor de armen, “de onderdrukten”. In Latijns Amerika is dat in de meeste religieuze gezangen te horen.
In veel “ouderwetse” gezangen horen wij het ook. Nu doen ze triomfalistisch aan. Het is belangrijk om je af te vragen wie de liederen oorspronkelijk zongen. Als geuzenlied was het een verzetslied van bedreigde groepen, om zichzelf moed te geven. Ook in de psalmen horen we dat.

Maar tijden veranderen. Als een groep die vroeger bedreigd was, een heersende groep wordt, dan klinkt zo’n lied opeens heel anders. Diezelfde liederen kunnen heel gevaarlijk worden. Dan lijkt God ineens aan de kant van de machtigen te staan: “God zij met ons” op de rand van de 2euro. Dat is bijna godslastering voor wie gelooft dat God opkomt voor de armen.

In de islamitische landen, waar moslims deel zijn van de dominante groep, heeft de hoofddoek veel te maken met het handhaven van de situatie zoals die is en met vrouwenonderdrukking.
Door de wijze waarop de VS en Engeland met groot militair vertoon in het Midden Oosten zijn binnengedrongen, is ook daar die hoofddoek tevens een teken van verzet tegen de dominantie van de westerse cultuur geworden. Als mannen vrouwen verplichten tot dit teken van verzet, is het heel dubbel en blijft het vooral onderdrukking, zeker binnen die relatie.

 De hoofddoeken in Nederland, zeker de modieuze, zijn echter allereerst een geuzendoek: verzet en identiteit!
Juist wat stigmatiserend werkt, kun je enkel van je afzetten door er een geuzenkracht in te leggen. Je keert het stigma dan om als het ware.  Homoseksuelen die zichzelf militant “flikker” noemen.  Gehandicapten die zichzelf “mankepoot” noemen. “Aanboorlingen” die als politieke indentiteit de verzamelnaam “zwarten” aannemen.
De hoofddoek maakt heel zichtbaar dat je deel bent van die gestigmatiseerde groep, en dat je trots bent bij die groep te horen.

POSITIE VAN VROUWEN 


Het belangrijkste Nederlandse argument tegen de sluier van moslimvrouwen is de vrouwenonderdrukking. Het belangrijkste argument dat moslimmannen geven voor de sluier is de reinheid en bescherming van vrouwen.

De voorgaande hoofdstukken laten zien, dat het zo simpel niet ligt. Onder de Nederlandse hoofddoek van moslima’s gaan veel discussies schuil, veel emoties, veel signalen.Die sluiers spreken veel verschillende talen en zijn gelijktijdig duidelijke en versluierde taal.
Vraag aan ons is: waarom mogen zusters met sluiers op straat lopen, waarom zijn klederdrachten een nationale trots en zijn bedekte moslimharen ineens symbool voor vrouwenonderdrukking?

De hoofddoek biedt inderdaad bescherming tegen mannenogen. Maar het suggereert tegelijk, dat vrouwen zonder sluier vogelvrij zijn. Het stimuleert bepaalde moslimmannen om ongesluierde vrouwen als hoer te zien en als “te krijgen”.
Er zijn vrouwen uit bepaalde groepen vluchtelingen, die onder zware druk van hun man leven en daarom ook gesluierd over straat gaan. Het is aan hun sluier te zien.
Er zijn ook vrouwen die van plattelandsstreken komen waar zwarte sluierkleding de gangbare kleding is, ook onder christenen. Deels is dat gewoon een kwestie van gewoonte en generatie. Die vorm van kleding verdwijnt met de volgende generaties.
Hoofddoeken bevestigen het (traditionele) vooroordeel dat vrouwen verantwoordelijk zijn voor de seksuele prikkelingen die mannen ervaren bij het zien van een vrouw. Dat vooroordeel leeft ook nog steeds onder de” inboorlingen” van Nederland. Mét de hoofddoeken staat hopelijk ook dat vooroordeel ter discussie.

 Tegelijk prikkelt de modieuze hoofddoek ook. Vaak wordt hij gedragen in combinatie met kleding die de vrouwelijke vormen goed laat uitkomen, rond een zorgvuldig opgemaakt gezicht. Zulke hoofddoeken lijken een geuzensignaal naar verschillende kanten tegelijk te zijn:

“Hallo, christenen, hier zijn wij moslims”.
“Hallo, liberalen, hier zijn wij gelovigen”.
“Hallo, mannen, hier zijn wij vrouwen”.
“Hallo, “inboorlingen”, hier zijn wij “aanboorlingen”.
“Hallo, bleekgezichten, hier zijn wij kleurlingen”.
“Hallo, moslimmannen, ik bepaal het tóch zelf!”
“En we zijn trots op onszelf, verdomde trots!”

De positie van vrouwen wordt juist door die modieuze hoofddoeken ook een heel spannende. De moslimgemeenschap in Nederland was tot voor enkele jaren vooral zichtbaar door een bepaald type mannen, wat donkerder getint, koolzwarte ogen, petje op, een pak uit de jaren vijftig.
Nu zijn het jonge vrouwen die de Nederlandse moslimgemeenschap zichtbaar maken. Onder hen zijn zeer zelfbewuste vrouwen, dat zie je aan hun uitstraling. Voor de traditionele moslims kan het nog knap lastig worden, deze grote groep jongeren met een geuzenmentaliteit.

De vrouwen zijn ineens heel belangrijk binnen deze minderheidsgroep. Zij zijn het die het meest zichtbaar een plaats opeisen, de discussie over hun bestaansrecht ontketenen, Haagse politici zenuwachtig maken. Een zwijgzame minderheid is ineens zeer spraakmakend geworden door de vrouwen. Een gestigmatiseerde minderheid presenteert zich met geuzenkracht.
Maar ook, toch ook, zijn het dus vrouwen die “de reinheid” een plaats moeten geven in de samenleving en hebben de mannen het hoofd vrij voor onreine gedachten en praktijken.

 En wij – wat vinden wij daarvan? Is een hoofddoek een teken van onderdrukking door mannen? Moeten islamitische vrouwen zich gewoon aanpassen en, net als wij, géén sluier dragen? Is het ieders vrijheid en moet iedereen die kleding kunnen dragen die zij prettig vindt? Moet het dragen van hoofddoeken verboden worden?
Of zal verbieden averechts werken? Kan ruimte geven aan de hoofddoek juist de geuzendoek accentueren? Ruimte geven voor de eigen identiteit van de moslims? En zou die ruimte hen bedreigender, agressiever maken? Of zou die ruimte juist integratie mogelijk maken, oecumene tussen christenen en moslims bijvoorbeeld? En tussen gelovigen en niet-gelovigen?

De hoofddoek verbieden als religieus symbool, betekent dat juist niet alle accent geven aan dat “reinheidsaspect”? Gaat daardoor wellicht juist de interessante kant in dit symbool – trots, identiteit, eigenwaarde, zelfbewuste vrouwen – verloren?
De hoofddoek bestrijden, kan dat niet heel averechts uitwerken?

Stel dat in de mode enkele seizoenen lang een hoofddoek zou worden opgenomen, zou met name de traditionalistische betekeniswaarde dan niet verminderen en de hoofddoek vanzelf weer minder gedragen worden?

WAT DE BIJBEL ZEGT

 Niet alle bijbelse teksten spreken aardig over vrouwen. Niet alle bijbelse teksten spreken onvriendelijk over vrouwen. Weinig bijbelse teksten spreken over vrouwenkleding.

Overigens: niet de teksten zelf zijn het probleem. Een probleem zijn de lezers. Elke lezer interpreteert – niet interpreteren kan niet. Maar als diegenen die de tekst interpreteren de macht hebben om er een voorschrift of zelfs een dogma van te maken, wordt het oppassen geblazen.
Bijbelse teksten stammen uit een lange periode, van ruim duizend jaar voor Jezus tot ruim honderd jaar na Jezus.

Bij de Koranteksten is dat anders, die zijn binnen één mensenleven geschreven. Het zijn ook één soort tekst, allemaal uitspraken, zoals in de bijbel de teksten van Prediker, Spreuken, of de brieven van apostelen. In de bijbel vind je daarnaast ook verhalen, lange en korte.
Voor alle teksten geldt, dat ze geschreven werden door en voor de mensen van hun tijd. Voor de bijbelse teksten geldt, dat ze vaak ook geschreven werden als reactie op andere teksten: soms instemmend, soms discussierend.

Voor al deze teksten geldt dat ze moeilijk te lezen en te verstaan zijn, omdat ze uit heel andere tijden stammen en binnen culturen spreken die we niet meer kennen. Voor al deze teksten geldt het probleem dat we niet de originele tekst lezen, maar een vertaling. En de vertalers stoppen altijd veel van hun eigen visie in de vertaling.
Voor Bijbelse teksten geldt dan nog heel speciaal, dat je verschillende teksten naast elkaar kunt lezen. Soms worden de teksten daardoor beter te verstaan, soms relativeert het heel erg.

 Het zal duidelijk zijn: de definitieve betekenis en het laatste woord over een tekst zullen niet gauw gezegd worden..
Bij enkele bijbelteksten die vaak aangehaald worden als het over de positie van vrouwen gaat, stellen we toch enkele vragen.

In Genesis 3,17 zegt God tot de man: “… omdat je… van de boom gegeten hebt die ik jou had verboden, zal de aarde vervloekt zijn omwille van jou!”
Dit zegt God tegen de man, niet tegen de vrouw.
In de uitleg wordt daar echter geen aandacht op gevestigd.  Vervolgens wordt vooral het vers tegen de vrouw beklemtoond. Bovendien spreekt traditionele theologie over “de vrouw die de zonde brengt, en de aarde die daardoor vervloekt is. “ Door dat soort bijbelinterpretatie lijkt God zich vooral tegen de vrouw te keren… samen met de mannen.

 Of een ander “bijbels argument” waarom vrouwen ondergeschikt zouden zijn aan mannen.
De vrouw is ondergeschikt aan de man, want de man werd het eerste geschapen.
Genesis 1, 20-28 vertelt over de schepping van dieren en mensen. God schept eerst de dieren. De mens wordt als laatste geschapen. Dan wordt gezegd dat de mens de bekroning van de schepping is. Maar waarom is de vrouw, in Genesis 2 dan niet de bekroning van de schepping – en dus van de man?

Zeer bekend is het verhaal “van de overspelige vrouw” (Johannes 8, 1-12). Traditioneel is de interpretatie: “Jezus is zo goed dat Hij zelfs een overspelige vrouw vergeeft”. Kun je nagaan!
Maar, in die tekst staat tot twee keer toe dat ze op heterdaad werd betrapt. Waarom vroegen 2000 jaar theologen dan niet naar de man in die tekst?  De schriftgeleerden beroepen zich ook op de wet van Mozes. Bijna alle bijbels vermelden waar je die wet kunt vinden, dat is Deuteronomium 22, 22-26.

Deuteronomium 22 gaat in op verschillende situaties. Daarin lees je, dat de tekst onderscheid maakt tussen overspel en verkrachting. Een vrouw die verkracht wordt en niet om hulp kon roepen, gaat vrijuit, terwijl de verkrachter gedood moet worden. Volgens Deuteronomium moeten in twee gevallen man en vrouw gedood worden, in één geval alleen de man.
De tekst van Johannes 8 doet dus iets heel anders dan wat christelijke schriftgeleerden er altijd in lazen. De tekst is veel misbruikt tegen vrouwen. Terwijl de tekst het onrecht signaleert dat alleen de vrouwen gedood worden, een praktijk die tegen de wet is. Mannenogen hebben dat er niet in willen lezen.

1 Timoteus 2,9-15 is een tekst die altijd werd gebruikt om duidelijk te maken dat vrouwen moeten zwijgen in de gemeente, geen priester kunnen worden, dat door hen het kwaad in de wereld is gekomen, dat ze met gedekt hoofd moeten lopen.
Op het eerste gezicht lijkt dat er ook te staan. Maar er is meer te zeggen over Timoteus. Het is een brief van een leerling van Paulus. Paulus was al dood toen de brief geschreven werd. En deze leerling richt zich tot heel bepaalde vrouwen in een bepaalde situatie, waarin zeer bepaalde problemen aan de orde zijn.

Lees de twee brieven Timoteus bij elkaar, en het is duidelijk welke problemen er spelen in Efeze. Deze tekstpassage in Timoteus is gericht tegen bepaalde rijke mannen die hun haat en ruzie meebrengen naar de eredienst, en tegen rijke weduwen die in de eredienst met hun sieraden en rijkdom pronken, die valse profeten voor veel geld in hun huizen ontvangen en dan in de gemeente verwarring stichten door de fantasieën van die valse profeten te verkondigen. Zulke vrouwen moeten hun mond houden en ze mogen het de jonge Timoteus niet zo zwaar maken om de gemeente goed te leiden.

Tegen dat soort vrouwen stelt de tekst dat ze hun mond moeten houden. Tegen vrouwen die met hun rijkdom pronken in de gemeente, anderen jaloers maken en proberen verwarring te stichten, en tegen dat soort vrouwen wordt gezegd dat ze zich passend moeten kleden.
Deze heel specifieke tekst werd later gegeneraliseerd, op alle vrouwen toegepast en dogmatisch gebruikt.

In Latijns Amerika, HET katholieke continent, worden vrouwen zeer ernstig onderdrukt,een hoog percentage wordt mishandeld, veel kinderen en vrouwen worden misbruikt zonder dat er veel woorden aan worden vuilgemaakt. Ook geen pastorale woorden. Integendeel. Vrouwen horen over het algemeen dat ze absoluut niet mogen scheiden, hun kruis moeten dragen, tot in de dood van hun man moeten houden en dat de man het hoofd is van het gezin. Vrouwen leren van jongs af aan onderdanigheid. En dus blijven ze bij hun man ondanks alles en zwijgen ze in de gemeente.

 Ook bijbelteksten dienen verstaan te worden vanuit de context waarin ze geschreven zijn.. En ook bijbelteksten zijn/worden vaak misbruikt, net als teksten van de Koran.  Dat is het probleem met “Heilige Teksten”.

 EEN ARABISCHE STEM

Basema Spijkerman-Salman is een Palestijnse vrouw die als kind in Koeweit leefde en nu in Nederland leeft, gehuwd en moeder van twee kinderen. Zij werkte mee aan deze brochure.

 “Weinig godsdienstige manifestaties hebben zulke sterk emoties gewekt als het islamitische versluieren. Moslims en niet -niet-moslims veroorzaken samen een golf van publiciteit om de diverse aspecten van de sluier te bediscussiëren. Aangezien  ik zelf geen hoofddoek draag, krijg ik persoonlijk zowel positieve als negatieve reacties geweest en ik ben verrast door de intensiteit en diepte van de emoties bij de mensen. De sluier heeft in een westerse context enkele specifieke connotaties. Hier wordt de hoofddoek van een Moslimvrouw snel als symbool van de onderdrukking van vrouwen gezien en als het afleggen van een politiek-godsdienstige verklaring. Zij kan woede van niet-moslim- westerlingen oproepen omdat die vinden dat deze gesluierde vrouw de strijd voor de rechten van vrouwen heeft verraden door aan haar eigen onderdrukking mee te werken. Bovendien, wordt zij waargenomen als protesterend tegen de heersende westerse sociale normen .

In extreme reacties wordt zij zelfs als gevaarlijk neergezet, want zij zou steun geven aan zogenaamde Islamitische organisaties die de stabiliteit bedreigen.
Haar godsdienstige verplichting kan ervaren worden als religieuze aanmatiging en daarmee wrok oproepen bij niet-moslims.

In veel Westelijke landen, wordt de godsdienst beschouwd als privé kwestie. De anti-godsdienstige houding gaat nu zo ver, dat voor velen religiositeit niet meer zichtbaar mag zijn, maar een privé-kwestie is van het hart en iemands diepste gevoelens. Men kent de kloostersluier; waarom dan ineens zoveel woede en angst bij de sluier van een moslimvrouw? Ik denk, omdat nonnen de heersende godsdienstige traditie vertegenwoordigen. Zij zijn insiders.

De Moslimvrouw symboliseert het binnendringen van een vreemde geloof dat strijdig is met de heersende godsdienstige traditie.

Deze reactie wordt verder versterkt door negatieve media berichten over Moslimimmigranten of Moslims in andere landen.”

DE KORAN OVER DE SLUIER

De koran noemt een aantal redenen waarom wij, als kinderen van Adam, ons lichaam zouden moeten bedekken; ter bedekking van onze naaktheid en gêne; als bescherming tegen weersinvloeden, vuil en ter verfraaiing.

De beste manier om ons te kleden, zegt de koran, zou een geestelijk kleed van menselijke waardigheid zijn, ons innerlijk als ons kleed voor God.

 Dat laat veel mogelijkheden open, en al die mogelijkheden komen we in de moslimwereld tegen.
Van Indonesië met de Sarong voor mannen en vrouwen tot en met Marokko met de Djallaba houdt men er zeer verschillende lokale moslimmodes op na.
Volgens puriteinse moslimopvattingen is zelfs het woord mode taboe omdat het om een tijdsgebonden aspect van kleding gaat. De meerderheid van de geleerden gaat echter juist uit van de tijdelijkheid van de begrippen die in de koran zijn gegeven, zoals “fatsoenlijke kleding” en “correct gedrag”.

“Aanbevelen” wat bekend staat als goed en “afwijzen”  wat bekend staat als slecht;  volgens de schriftgeleerden is de concretisering een aan tijd en plaats gebonden concept. Het tolerantieniveau op het gebied van het tonen van onbedekte lichaamdelen kan per samenleving verschillen, en dat is bepalend voor wat men als welgemanierd of zedelijk omschrijft.

 De koran openbaart het moment dat god zich tot Adam richtte en zei dat hij met zijn vrouw in de paradijselijke tuin kon vertoeven en eten waarvan hij wilde, maar niet van die ene boom.
Het wordt Adam zelfs verboden die boom te naderen, anders zou hij tot hen behoren die zichzelf onrecht aandoen. Waarop satan met zijn influisteringen en insinuaties begon. Nadat zij toch van de vruchten hadden gegeten, werden zij zich van hun naaktheid bewust, een inzicht dat oorspronkelijk voor hen verborgen was gebleven. Dit inzicht volgt na de ontdekking door de mens van zijn ”eigen zwakte”. Dat kan betekenen dat Adam en
Eva zich bewust werden van hun natuurlijke neiging tot elkaar in te gaan. Adam voelde zich plotseling aangetrokken tot Eva en zij voelde zich aangetrokken tot hem, en ze werden overvallen door dit gevoel. Het moment zelf wordt door de koran van het specifieke naar het algemene gebracht doordat de Arabische tweevouds-vorm van het werkwoord hier overgaat in de meervoudsvorm.

Door die overgang wordt duidelijk dat het hele verhaal een gelijkenis is en dat het verhaal van Adam en Eva over de oorsprong en bestemming van de mensheid gaat. De overtreding die de mens uit vrije wil tegen de goddelijke wil beging, symboliseert de groei van zijn geweten en daarmee verandert alles. Er vindt op dat moment een transformatie plaats van een instinctief levend wezen naar een bewust levend mens, in staat om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, en in staat om zijn eigen weg te kiezen.

Welbeschouwd beschrijft deze legende in de Koran ( anders dan in de christelijke traditie, waarin men spreekt van de “gevallen mens”) niet de achteruitgang van de mens, maar juist een geweldige sprong voorwaarts en een nieuwe fase in de menselijke ontwikkeling. Het is precies andersom, de mens krijgt een leven van geestelijke en lichamelijke groei en ontwikkeling waarin hij worstelt met de zin van het leven.

 Opvattingen over kleding en gedrag zijn niet eenduidig en de Koran geeft dan ook als eerste sluier het menselijk ooglid aan. Je hoeft niet alles met opengesperde ogen te bekijken. Zowel tegen moslimmannen als – vrouwen wordt gezegd hun blikken neer te slaan.

Soerat al Noer; ( 24;30-31)

“Zeg tot de gelovige mannen dat zij hun ogen neerslaan en hun schaamstreek kuis bewaren. Dat is zuiverder voor hen; God is welingelicht over wat zij doen. En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun schaamstreek kuis bewaren en dat zij hun sieraad niet openlijk tonen, behalve wat gewoon al zichtbaar is. En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraaden niet openlijk tonen, behalve aan hun echtgenoten of hun vaders of de vaders van hun echtgenoten of hun zonen of de zonen van hun echtgenoten of hun broers of de zonen van hun broers of de zonen van hun zusters of hun vrouwen of slavinnen over wie zij beschikken of mannelijke volgelingen die geen geslachtsdrift meer hebben of de kinderen die nog niet op de schaamdelen van de vrouwen letten. En zij moeten niet met hun voeten stampen zodat men weet wat zij voor verborgen sieraad dragen. En wendt jullie berouwvol tot God, o gelovigen; misschien zal het jullie welgaan.”

Blijkbaar worden alleen vrouwen zo aantrekkelijk geacht dat de koran bij hun aanblik nog extra aanwijzingen geeft; zij dienen hun schoonheid niet te tonen behalve wat daarvan onvermijdelijk is.
Onze naakte lichamen en de specifieke lichamelijke kenmerken die mannen en vrouwen van elkaar onderscheiden, vormen onze gêne in positieve zin.

Het is het Adam-en-Eva-moment, de ontdekking van een mix aan gevoelens als man en vrouw voor het eerst elkaars naakte lichaam zien. Voor een man en vrouw die voor elkaar bestemd zijn is dat niet zondig of onrein. Maar onze lichamen zijn een privé-aangelegenheid en geen openbaar kunstbezit.

DEBAT BINNEN DE MOSLIMGEMEENSCHAP

Binnen de Moslims Umma (gemeenschap) is een uitgebreide discussie over de sluier. En onder de moslimfeministes zien we een verscheidenheid van aanvallen tegen de praktijk van de sluier.  MAI Yamani, Haleh Afshar en Maha Azzam bespreken het in een academische context met het oog van sociale onderzoekers die de sociale werkelijkheid beschrijven.
Anderen zoals Fatima Mernissi, Nawal al Saadawi en Leila Ahmad bekritiseren de sluier in de context van sociaal en politiek of activisme.
Het debat is moeilijk te volgen omdat niet helder is wanneer de hoofddoek wordt bedoeld. Voor wie de discussie wil begrijpen geef ik hier de verzen waarnaar in de debatten wordt verwezen.

Er zijn vier passages in de Koran die handelen over het gedrag  tussen mannen en vrouwen die geen bloedverwanten zijn: (Soerat24;30-31); (Soerat24;60);  (Soerat33;59); (Soerat33;53).

Naast de Koran is de Hadith literatuur (mondelinge overlevering) van belang voor de vraag hoe moslims dienen te leven.
Aangezien dat de feministes zelden naar Hadiths verwijzen, wil ik hier graag de vele misvattingen over hadith en vrouwen kledingscode recht zitten en samenvatten.

De hadith literatuur schijnt de indruk te geven dat er sommige basisregels over fatsoen voor zowel mannen als vrouwen zijn, maar niets van wat ik heb gelezen geeft aanwijzing over een uniformiteit van kleding. Wat wordt beschreven is een algemene stijl van kleding eerder dan een vaste vorm. De meeste Hadiths betreffende vrouwen behandelen het verbod van het kunstmatige verlengen van het haar, het tatoeëren en het dragen van juwelen buiten het huis.

In het boek van kleding, citeert An Nawawi Hadiths over hoe de profeet zich heeft gekleed. Deze Hadiths verwijzen uitsluitend naar mannen en naast de verklaring van de profeet dat Zijde voor mannen verboden is en voor vrouwen toelaatbaar, is er slechts één hadith die over  vrouwelijke kleding spreekt.

GROTE REGIONALE VERSCHILLEN

Ik geloof dat één reden voor de verwarring is dat in de praktijk moslims neigen om een verscheidenheid van termen te gebruiken voor de vrouwenkleding.
In niet Arabisch sprekende landen stammen die termen meestal uit de lokale talen. Zo gebruikt men in Zuid- Oost Azië voor de hoofddoek  Telekong en mini Telekong afhankelijk van de grootte van de sjaal.
In Urdu onderscheidt men de kleine transparante hoofdsjaal, Dupetta, van de gezichtssluier of het volledige bedekken van het gezicht, Burqa. Ook is er een doek die groepsidentiteit geeft.
In de Arabischtalige landen  zijn er diverse termen die van zowel Koran als van Hadiths
  stammen.

De terminologie verschilt ook binnen elk land.  Hijab, dat voor sommigen in Jordanië de hoofd/sjaal is, begrijpen anderen als de lange overjas die de vrouwen vaak dragen. Voor de gezichtssluier wordt gewoonlijk Niqāb of kimār gebruikt. Maar bijvoorbeeld in veel van de Golfstaten en in Noord-Afrika, duidt khimār het transparante sjaaltje aan.
In Algerije is een nieuw begrip geïntroduceerd met de komst van de Salafi ideologie. Het woord
Jilbāb  oorspronkelijk gebruikt om simpelweg naar een lange doek te verwijzen, wordt nu gebruikt om specifiek te verwijzen naar het bedekken van het hele lichaam aan één stuk van top tot teen naast de gezichtssluier.
In Saudi-Arabië sluit men veel meer aan bij de ontwikkelingen van Algerije dan van Jordanië bijvoorbeeld, hoewel Jordanië een buurland is en men hetzelfde dialect spreekt.
In Saudi-Arabië is de Ideologie Salafi ontstaan, waardoor daar de lange bedekking aan één stuk het meest expliciet aanwezig is.

In vele Moslimlanden zoals Iran en in landen in Zuid-Azie en Zuidoost-Azië is een tweedelig kostuum met of een rok of een wijde broek gemeenschappelijk, een vorm van kleding die niet overal als juiste Islamitische kleding wordt goedgekeurd.
Aanhangers van de Salafi stroming willen de Jilbab, een bedekking in één stuk, en ze beschouwen alle vroegere kleding als ongepast volgens een Islamitische norm.
In Afrikaanse landen is een lange lap die de vrouwen rond zich wikkelen gemeenschappelijk en in de Soedan bijvoorbeeld wordt deze doek Thawb genoemd, wat eigenlijk met het ”Koranvers 24;60 “ samenhangt.

 Deze diversiteit in terminologie hangt samen met de vele verschillende opvattingen over wat precies Islamitisch versluieren of vrouwelijke Islamitische bedekking is in diverse delen van de Moslimwereld.
We mogen er tevens van uitgaan, dat sommige termen stammen uit de tijd vóór de islam, van toen gebruikelijke kleding die later als islamitisch werd gezien, zoals de vrouwensluier.

                                                          

TENSLOTTE

Alles bij elkaar genomen, hebben mannen en vrouwen wereldwijd nog veel bij te schaven aan de onderlinge verhouding. In de meeste culturen zijn vrouwen in een positie terechtgekomen die niet benijdenswaardig is. Geschiedenis en archeologisch onderzoek laten zien dat de positie van vrouwen in vroeger tijd vaak beter was. In veel culturen ging haar positie steeds meer achteruit en er werden bijna altijd religieuze legitimaties voor gebruikt. Dit geldt voor de eerwraak (islam), voor de weduweverbranding (hindoeïsme), voor uitsluiting uit machtsposities (christendom), voor uitsluiting bij religieuze samenkomsten (jodendom), uitsluiting uit bepaalde beroepen (Europa), insluiting door kleding (Aziatische culturen), voor besnijdenis (Afrikaanse culturen), voor huiselijk geweld (Latijns Amerika). Als het gaat om vrouwenhandel voor seksindustrie (Europa en VS) heet die religie “Vrije Markt”.

 Na 11 september 2001, op 7 oktober, is de Amerikaanse president Bush de “oorlog tegen het terrorisme” begonnen. Hij stak dat in een religieus jasje: “God is met Amerika”, de “missie van Amerika”, de “As van het Kwaad”. Inmiddels wordt ook in Nederland gemakkelijk een relatie gelegd tussen islam en fundamentalisme en terrorisme. Het heeft de verhouding met de moslimbevolking onder spanning gezet. Daardoor is de hoofddoek ineens symbool geworden tegen dit westen van Bush. Maar de ene hoofddoek is heel duidelijk de andere niet.

 Binnen de islam is er een intense dialoog gaande. Westerse raketten en westers fundamentalisme (christelijk of seculier) kunnen die dialoog ernstig verstoren. Fundamentalistische moslims hebben geen reden naar hun liberale zusters en broers te luisteren als die met westers wapengeweld gesteund worden.

De Franse moslims toonden waardigheid toen zij mét de Franse regering protesteerden tegen gijzelneming in Irak van een Fransman om de wet op de hoofddoek afgeschaft te krijgen.  Zij lieten zien, dat gesprek ook verhitte gemoederen tot rede kan brengen.

 We willen afsluiten met een moslimdichter.

 

اسرار

 

للنجوم أسرار  في السماء
وللأسماك أرار في السماء
وللطيور أسرار في الفضاء
وللأشجار أسرار مع الشعراء
ولي أسرار مع كثير من الأسماء...
الني تسكن الذاكرة  ولأحشاء
ولي أسرار مع النساء
لا يعرفها إلا رب السماء!

 سامي علي

 De sterren zijn gekend in de hemel
de vissen zijn behoed in het water
de vogels zijn geborgen in de lucht
en dichters en bomen zijn vertrouwd
met elkaar…
en bij mij zijn namen veilig
ze schuilen in mijn hart en geest
en ik ben zeer vertrouwd
met vrouwen
maar dat staat alleen geschreven
in Gods hand,
gekend, behoed, geborgen, veilig, vertrouwd

Sami Ali