|
VERSLUIERDE
TAAL
INLEIDING
Steeds
vaker zien we ze: vrouwen met een hoofddoek, of soms zelfs
helemaal
gesluierd. Ze vallen op als we op straat lopen. Het zijn niet alleen
oudere vrouwen. Vaak zijn het jonge vrouwen, die door hun
hoofdbedekking aangeven “anders” te zijn. Door hun
kleding zijn deze vrouwen herkenbaar als moslim. Er is een
verwijzing naar hun geloof. Vooral in de grote steden zijn er
méér gesluierde vrouwen op straat, dan in de
tijd, dat wij als vrouwelijke religieuzen in habijt liepen.
Hoe denken we daarover? Van tijd tot tijd zijn er discussies op radio,
t.v. of verjaardagen. Mag een vrouwelijke rechter een hoofddoek dragen?
Of een caissière bij Albert Heijn?
In politiek Den Haag is men er knap zenuwachtig van. In Duitsland en in
Frankrijk zijn maatregelen genomen. In Turkije is onlangs besloten dat
studentes aan de universiteit géén hoofddoek
mogen dragen tijdens colleges.
Onder medezusters horen we zeer verschillende reacties. Er zijn vragen,
er is
onrust, zelfs angst of woede. Anderen vinden het niet zo’n
probleem. Wij,
als religieuzen, hebben ons lange tijd onderscheiden van anderen, door
het
dragen van “andere” kleding, inclusief sluier. Ook
onze kleding was een verwijzing
naar ons geloof. Wij hebben de keuze gemaakt om dit onderscheid door
middel
van onze kleding los te laten. Waarom maken islamitische vrouwen in
Nederland
een andere keuze? Hoe komt het toch, dat vrouwen, die een hoofddoek
dragen,
zoveel reacties oproepen? Wat vinden we er zelf eigenlijk van?
Aan “sluiers” hangt een heel verhaal, er gaan zeer
veel
vragen onder schuil. Enkele
van die verhalen proberen we in beeld te brengen. Niet dat we denken
daarmee een antwoord te hebben op alle vragen. Toen wij over dit thema
spraken, bleken er steeds méér vragen en
gedachten te ontstaan! Dat is ook wat we hopen: dat er vragen en
gedachten ontstaan, dat we hierover met elkaar praten en nadenken en
onze mening vormen.
We vonden mevr. Basema Spijkerman-Salman bereid ook haar visie op de
huidige discussie te geven en inzicht te geven in wat de Koran er nou
werkelijk over zegt.
terug
DE BETEKENIS
VAN KLEDING
Kleding
is veel meer dan bescherming tegen kou, regen en ongewenste blikken.
Kleding
geeft een hele serie signalen af; het is ook een communicatiemiddel.
Er waren tijden en er zijn culturen waar de kleding heel duidelijke
taal
spreekt. Vroeger had elk dorp of elke streek eigen kleding. We kennen
dat nu nog als klederdrachten. Dan kon je zien: die persoon komt uit
Volendam of Edam, is gehuwd, of juist niet.
Bij ons zijn enkel uniformen nog zo eenduidig van taal. Je ziet meteen:
politie, brandweer, conducteur, arts. Of je weet: die mevrouw, meneer
werkt in deze winkel, want ze draagt een bepaald type kleding met een
logo.
Aan sommige kleding, uniformen, kun je herkennen dat iemand een bepaald
beroep uitoefent. Het uniform van het Leger des Heils drukt ook iets
uit: dat maakt iemand bekend als lid van een bepaald kerkgenootschap.
Aan de hoofddoek zie je meteen: “een moslima”.
Zoals men vroeger meteen
zag: “een non”. Door haar hoofdbedekking zegt deze
vrouw iets over haar geloof en de groep mensen bij wie ze hoort,
degenen met wie ze haar geloof deelt.
Niet alleen een uniform, alle kleding spreekt. Onze kleding spreekt
veel
meer, dan we op het eerste gezicht denken. In onze (westerse,
geseculariseerde) wereld spelen we liberaal, alsof kleding volledig
vrij gekozen kan worden en alleen maar een individuele smaak aanduidt.
Dat is schijn.
Waarom spreken we zo snel over elkaars kleding? We geven commentaar op
iemands
piekhaarkapsel, op haar soepjurk, op haar hoge hakken, of wat al niet.
Waarom werd er in de
krant geschreven over het spijkerjasje van prinses Máxima
bij de doop
van haar dochter Amalia? Waarom worden medewerkers van de congregatie
geacht
zich “representatief” te kleden – en wat
is representatief?
En waarom heeft zich
een grote mode-industrie ontwikkeld? En hoezeer is mode dwang, hoe snel
is kleding “uit de mode”? Misschien moeten we
constateren, dat de taal van de kleding bij ons gecompliceerder
geworden is. Maar ook in onze samenleving “spreekt”
kleding een eigen taal.
Elke groepering heeft kleding “die mag” en kleding
die
“niet mag”. Daarover staat niets op papier,
iedereen “voelt dat aan”. Daar zijn ongeschreven
regels voor.
Wie door haar kleding laat zien “dat niet aan te
voelen” krijgt commentaar. In het beste geval zeggen we dan:
“echt iets voor haar”. Maar vaak betekent dat: die
“haar” hoort niet bij ons. Ze hoort niet in
“onze” groep. Soms kan zo iemand bij de groep
blijven horen, door zich, bijvoorbeeld, extra verdienstelijk te maken.
Bij veel functies worden eisen gesteld aan kleding, zonder dat het om
een
uniform gaat. Een directeur van een bedrijf of bank moet goed in het
pak zitten. Van
directiesecretaresses wordt vaak een wat stijve, mantelpakachtige
kleding verwacht.br>
De taal van deze kleding is: u
kunt me vertrouwen. Daarom gaat een gedetineerde in een net pak naar de
rechtbank en draagt een verkoper een keurig pak in de showroom.
Ook bij veel gelegenheden zijn er ongeschreven of soms zelfs geschreven
kledingwetten. Naar een concert ga je “netjes”
gekleed. Naar een begrafenis ga je “stemmig”
gekleed. Naar een feest ga je “feestelijk” gekleed.
Op het strand loop je niet in driedelig krijtpak.
Kleding kan een stand uitdrukken. In Europa zien we dat nog bij
adellijke
feesten, in Nederland bij klederdrachten.
Bij jongeren zien we dat je door bepaalde kleding deel wordt van een
sociale groep.
Zelfs scheuren in de broek kunnen zo’n sociaal teken zijn. Op
stations in
de grote steden zie je al die kledingstijlen door elkaar van mensen die
op
weg zijn naar allerlei soorten bijeenkomsten.
Er
zijn groepen en kringen waar vrouwen naar de laatste mode gekleed
moeten verschijnen
om serieus genomen te worden. Dat vinden we bijvoorbeeld in de
“high society”,
televisiewereld, bepaalde jongerengroepen, onder “nieuwe
rijken”.
Op de allerhoogste top en helemaal onderaan is de meeste ruimte om
“vrij “ je kleding te kiezen. Onderaan let niemand
op je en “tel je niet mee”. Aan de top kun je met
jouw kleding zelfs trend zetten. De Beatles en de zangeres Madonna zijn
voorbeelden. Prinses Máxima doet het op zeer speelse wijze,
ze is er knap in.
Voor vrouwen gelden meer – geschreven en vooral ongeschreven
-
regels dan voor mannen. De kranten geven vaker commentaar op kleding
van politieke vrouwen dan van politieke mannen. Als de koningin ergens
verschijnt, is de kleding van vrouwen voorgeschreven (ook een hoed, ook
een lange rok).
Van een vrouw wordt gemakkelijker geaccepteerd dan van een man dat ze
door
haar kleding opvalt, als die kleding maar extra mooi, duur en apart is.
Van mannen wordt gemakkelijker geaccepteerd als de kleding slordig,
saai, lelijk of zelfs
vuil is.
Sommige mensen kleden zich op een heel persoonlijke wijze. Dan zie je:
“Dat is echt iets voor haar”. Kleding kan iets van
het karakter uitdrukken, of iets van de stemming van het moment:
supernetjes, slordig, vlot, sportief, uitdagend, excentriek.
Van vrouwenkleding wordt vaak gezegd dat het seksueel getinte seinen
uitzendt.
Sommige kleding drukt uit: “Ik ben niet te
krijgen”.
Van andere kleding wordt gezegd, dat het aangeeft: “Pak me
maar”.
Toen in de jaren zestig de minirokjes pas in de mode kwamen, was vaak
het
commentaar: “zij vraagt om moeilijkheden”. Dat wil
zeggen: ze wil lastig gevallen
worden door mannen. Begin 20ste eeuw was een
vrouw die haar enkels onbedekt liet al bijna een
“lichtekooi”.
Het gevoelen op dit punt verandert snel, maar het is er altijd. Er is
altijd vrouwenkleding
die ervaren wordt als “decent” en kleding die
ervaren wordt als “er om vragend”.
Ogenschijnlijk
lijkt de sluier van moslimvrouwen ook te gaan over dit seksuele
signaal. De
Iraanse schrijfster Chahdortt Djavann is een verklaard tegenstandster
van het dragen van de sluier. De
sluier is een symbool
van vernedering, vindt ze. “Hij geeft aan dat je
als vrouw je lichaam moet
bedekken voor de blikken van mannen. Dat maakt gesluierde vrouwen juist
tot seksobjecten.”
Een groot deel van de discussie draait om deze betekenis van de sluier,
zeker binnen de moslimwereld zelf. Maar er gaat veel meer schuil onder
deze sluiers. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de grote verscheidenheid
van sluiers. Twee uitersten: een helemaal zwart geklede en gesluierde
vrouw, of een tienermeisje met strakke broek en truitje, hoge hakken,
nagellak, lippenstift, oogschaduw en een fraai gekleurde doek om hoofd
en haarknot gewonden, die perfect kleurt bij haar kleding.br>
Kleding
geeft identiteit, kleding kan stigmatiseren. Kleding kan onvrij maken,
kan vrijheid uitstralen. Kleding
kan je verraden en kleding kan je
beschermen. Kleding kan macht geven, kan je onbetekenend maken. Kleding
is een presentatie, een lezing, een verhaal.
terug
DE OORSPRONG VAN ONZE SLUIER
Op
schilderijen uit de Middeleeuwen kunnen we zien, dat vrouwen in Europa
en Nederland toen allemaal gesluierd waren of kapjes droegen die het
hele haar bedekten. Tot ver in de 19e eeuw zien
we dat terug.
In grote delen van de wereld is het nu nog steeds de gewoonte, dat
vrouwen
hun hoofd bedekken. In Irak bijvoorbeeld leven ongeveer
één miljoen christenen. De oudere christelijke
vrouwen dragen er zwarte
kleding inclusief sluier .
De kloosterkleding in die oude tijden was uniform. Daarmee drukte men
de
armoede uit en benadrukte men het gemeenschappelijke boven het
individuele. Ook was men herkenbaar voor anderen.
De uniformiteit kreeg steeds meer het hoofdaccent. Het werd zelfs een
teken van identiteit. Anno 1955 kunnen we op SNVR-foto’s van
overstenvergaderingen precies
aanwijzen wie van welke congregatie is. De kleding tekent een precieze
identiteit
in de collectieve zin.
Armoede was het allereerste signaal dat met de religieuze kleding werd
uitgedrukt. Daarom werd meestal een uniform gezocht in de stijl
waarin de arme boerenbevolking gekleed ging. Later werd het afgestemd
op de arme stadsbevolking.
Vanaf de 13de eeuw komen de bedelorden op
(Franciscanessen, Dominicanessen) die bewust een teken wilden zijn
tegenover de kerkelijke hiërarchie die
zich te adellijk gedroeg en kleedde, in de kleding pronkend met hun
rijkdom. Het leverde wollen habijten op, omdat armen wol droegen en
rijken linnen of zijde.
Veel later, we vermoeden in de 19de eeuw, kreeg
de
sluier van zusters betekenisverwijzing naar “religieuze
zijn” als “bruid van Christus” zijn. Die
betekenis kon er
pas aan gegeven worden toen “burgervrouwen” geen
kapjes en sluiers meer droegen.
terug
BESCHERMING OF GEVANGENIS
Kleding
kan bescherming bieden, tegen ongewenste blikken bijvoorbeeld. Maar het
kan ook een gevangenis worden. “Ik was dertien toen ik voor
het eerst op straat en op school een sluier moest dragen”,
vertelt de Iraanse schrijfster Chahdortt Djavann, “Sindsdien
heb ik me afgevraagd waaraan ik me schuldig had gemaakt, dat ik
verplicht was me te verbergen. Je haar en je lichaam moeten wegstoppen
achter een doek, geeft je een gevoel van schaamte en
vernedering.” Op
haar drieëntwintigste vluchtte deze vrouw uit Iran naar Parijs
– sindsdien verweert ze zich tegen iedereen die het dragen
van een sluier verdedigt.
Voorgeschreven kleding die niet lekker zit is een gevangenis. Maar
ook bijvoorbeeld mooie
nieuwe schoenen kunnen een gevangenis zijn. Schoenen die knellen en
niet goed passen folteren je voeten die jou moeten dragen. Wie van ons
kent niet de ervaring van de opluchting als je knellende schoenen van
je gloeiende voeten kunt schoppen om een voetbad te nemen of de voeten
hoog te leggen?br>
Of kleding beschermend is, of een gevangenis hangt van een aantal
factoren
af. Hoeveel keuze heeft degene die de kleding draagt? Hoe goed voelt
zij/hij zich
in die kleding? Waarvoor of waartegen dient de kleding ons te
beschermen?
We herinneren ons allemaal nog wel het beeld van Prins Claus die zich
staande voor de microfoon, bevrijdt van de letterlijk en figuurlijk
knellende stropdas.
De islam is een godsdienst die, net als het jodendom en het
christendom,
in het Midden Oosten ontstond. Mohammed was een Arabier; de eerste
moslims
waren Arabieren. Tegenwoordig is de islam verspreid over de hele wereld
en omvat het veel volken en culturen.
De eerste moslims, Arabieren, leefden in de woestijn. In de zomer is
het
daar onwerkelijk heet, 60, 70 graden op het heetst van de dag. Maar
‘s nachts en ’s winters is het er ijskoud. Mannen
en vrouwen lopen er in
lange jurken en met bedekt hoofd. Deze kleding beschermt tegen de zon
én
tegen de kou tegelijk. Deze woestijnkleding is bescherming. Wel zijn
mannensluiers en vrouwensluiers verschillend, maar beide beschermen
tegen kou en zon.
Het klimaat waar mensen wonen was van grote invloed op hoe men zich
kleedde. Dat
liet mensen zich bedekken of liet hen nagenoeg naakt lopen. Later kreeg
zoiets culturele betekenis, nog later religieuze betekenis.
terug
SEXUEEL GEDRAG
In de discussie over de sluiers van moslima’s spelen de
opvattingen
over seksualiteit en over de rol en positie van vrouwen altijd ook een
rol. Moet een vrouw zich
bedekken omdat ze anders mannen “uitnodigt” haar
lichaam te gebruiken? Betekent
strakke, blote kleding, gedragen door een vrouw dat ze
“uitdagend” is?
Alle kleding van vrouwen krijgt altijd ook een seksueel etiket mee:
netjes
of uitdagend; decent of sensueel. Die etiketten worden opgelegd vanuit
een mannelijke
kijk op vrouwen. In de modewereld is dat het meest duidelijk: mannen
maken
de mode en worden er rijk van, vrouwen kopen en dragen de mode en
worden
er eventueel arm van.
Eigenlijk suggereert deze kijk op vrouwenkleding, dat vrouwen
verantwoordelijk
zouden zijn voor het gedrag van mannen. Als hij
zijn handen niet kan thuishouden, heeft zij
hem uitgedaagd, is het haar schuld.
Moslimmannen die de sluier wensen of verdedigen spelen feitelijk in
op dit spel met de verantwoordelijkheid. In tegenstelling tot mannen
die de mode maken, willen zij dat “hun” vrouwen
geen
aandacht trekken van mannen. Maar… dat kan enkel als vrouwen
zich “onzichtbaar” maken. Want mannen worden nu
eenmaal geprikkeld door het zien van vrouwen, zo werken hun hormonen.
Waarom echter zouden
vrouwen verantwoordelijk gesteld moeten worden voor het gedrag van
mannen? Waarom wordt niet helder gesteld dat mannen hun eigen
prikkelingen en emoties en hormonen
moeten leren beheersen?
Ter vergelijking:
Een arme die geprikkeld wordt door het enorme aanbod in de etalage en
tot
stelen komt wordt zelf voor die daad verantwoordelijk gesteld. De
reclamemakers en
vormgevers die een product begerenswaardig maken dragen niet de
verantwoordelijkheid voor deze winkeldiefstallen. Deze overmatige
prikkeling wordt niet bekritiseerd, die is zelfs de hoeksteen van onze
markteconomie.
Waarom zou dat tussen mannen en vrouwen anders zijn? Waarom worden
vrouwen
verantwoordelijk gehouden voor de opwinding die mannen ervaren? Waarom
wordt van mannen niet gewoon verwacht dat zij hun eigen hormonen
bedwingen? Ook vrouwen hebben hormonen
die opspelen en die dienen vrouwen zelf te beheersen.
Mannen worden gemakkelijker geprikkeld door het zien dan vrouwen, dat
is waar.
Maar waarom zou dat moeten betekenen dat niet zij zelf
verantwoordelijk zijn voor hun gedrag, maar de
vrouwen? En dus de vrouwen kleding krijgen voorgeschreven
door de mannen?
terug
RELIGIE EN SEKSE
In de Koran zijn teksten die proberen de mensen advies te geven over
hoe
met elkaar om te gaan in menselijke verhoudingen, ook in
liefdesrelaties. Hoe kun je elkaar respecteren en elkaar sterken in de
omgang? Dat was een zorg van Mohammed en andere islamitische profeten.
In de tekstinterpretatie, eeuwenlang een mannenzaak, werden veel van
die teksten in het voordeel van mannen uitgelegd. In de praktijk werd
dat soms heel vrouwvijandig. De oorspronkelijke teksten kennen die
vrouwvijandigheid niet.
Iets dergelijks zien we zowel in het jodendom als het christendom. In de
joodse geschriften (o.a. het “Oude” Testament) zijn
diverse teksten die vrouwen bescherming
bieden, in een wereld die patriarchaal gestructureerd is. Wat
aanvankelijk
tot bescherming bedoeld is, wordt door latere interpretaties en door
veranderde
omstandigheden tot nadeel en onderdrukking van vrouwen. Eeuwenlang was
tekstinterpretatie een mannenzaak, dat heeft daar zeker aan bijgedragen.
Jezus gaf daarop enkele correcties, dat is door tekstvergelijking te zien.
Maar ook de Nieuwtestamentische teksten zijn eeuwenlang enkel door
mannen uitgelegd. Ze werden steeds weer in het nadeel van vrouwen
gelezen.
Alle drie de godsdiensten (het Hindoeïsme overigens ook) hebben in
hun oorspronkelijke teksten veel pogingen om de positie van vrouwen te
verbeteren. Eigenlijk geldt
dat veel breder: alle godsdiensten kennen veel teksten die proberen de
positie
te verbeteren van uitgebuite, onderdrukte groepen, niet enkel vrouwen.
Maar elke godsdienst krijgt vorm in een culturele context.
We zien in al deze godsdiensten dat culturele gewoonten toch sterker zijn
en de bevrijdende elementen verdringen. De teksten worden dan uitgelegd
ter verdediging
van hardnekkige gewoonten in het voordeel van degenen die het voor het
zeggen
hebben. De bevrijdende tendensen moeten steeds opnieuw opgedolven
worden, in elke situatie opnieuw.
Als het gaat om het verschil in sekse, zien we in bijna alle godsdiensten
iets identieks.
Religieuze teksten verwoorden de droom van idealen, van een betere toekomst. En ze
verwoorden de pijn om de ellendigheid van het heden. Religie en
religieuze teksten verwoorden en verbeelden het spannende emotionele
gebied tussen droom en werkelijkheid, tussen ideaal en realiteit,
tussen het reine en het bezoedelde.
In alle culturen zien we een heel dubbel spel tussen dominantie en
(on)reinheid. De dominante groep manipuleert met die begrippen net naar
het hen uitkomt. In het kastensysteem heeft dat gevolgen voor de arme
klasse (laagste kasten), over de hele wereld heeft dat gevolgen tussen
mannen en vrouwen.
Als het om verdelen van posities gaat, worden vrouwen te zwak geacht of
onwaardig of onrein (vanwege de menstruatie bijvoorbeeld). Zo zijn in
bijvoorbeeld de
katholieke kerk nog steeds alleen
mannen waardig genoeg om priester te worden en de macht te verkrijgen
die daarmee gepaard gaat.
Tegelijk worden vrouwen in veel godsdiensten geassocieerd met het reine, het
vrouwelijke wordt symbool voor het reine. Ook dat werkt onderdrukkend
voor vrouwen, omdat daarmee veel gedrag voor vrouwen is verboden wat
aan mannen wel wordt toegestaan. Van mannen wordt geaccepteerd dat ze
“omwille van de realiteit” of om iets anders,
“nu eenmaal” met het onreine moeten omgaan en zich
daarnaar gedragen. Of dat nu gaat om geweld, om rijkdom, om macht of om
seksuele verlangens.
De Romeinen kenden de Vestaalse maagden om de goden gunstig gestemd te
houden tegenover het volk. In vele islamitische culturen staan de
“ongeschonden” meisjes voor de familie-eer. Zelf
kennen we nog de tijd dat een meisje haar ouders “te
schande” kon maken terwijl zoons vrijuit gingen. Ons eigen
huize Hubertus was zo’n voorbeeld, waar “gevallen
meisjes” werden opgevangen. Wij vingen ze dan nog op, en
moesten ze opvangen omdat ze bij de eigen familie niet meer terecht
konden met hun “onecht” kind.
Dit fenomeen, om vrouwen synoniem te stellen aan reinheid, maakt de weg
vrij voor mannen om zich naar willekeur uit te leven. Zelfs een meisje dat
verkracht werd krijgt nog steeds de twijfel nagedragen “of ze
geen aanleiding gaf”.
Volgens die “religieuze” dictaten heeft een vrouw alleen
maar de keuze tussen maagd en hoer. De maagd is sacraal, bewerkt
bemiddeling tot de wereld van het goddelijke of reine, en zodra de
vrouw daar niet aan wenst te beantwoorden wordt ze uitgestoten.
Alleen de vrouw die huwt (zich aan één man
onderwerpt) ontkomt
aan dat dilemma, maar betaalt in veel culturen de prijs van de
onderwerping. De onreinheid van deze gehuwde vrouwen kreeg accent in de
katholieke gewoonte om na de geboorte van een kind de gang te maken
voor de reiniging bij het Maria-altaar.
In Zuid Afrika leeft de mythe dat je als man van aids kunt genezen door
met een maagd te vrijen. Die mythe is verantwoordelijk voor een heel groot
aantal HIV-besmettingen.
Dekleding speelt in dit dubbele spel een belangrijke rol.
Het habijt van vrouwelijke religieuzen, de sari van hindoestaanse vrouwen,
de hoofddoek van de moslima, zijn alle drie ook een
verwijzing naar die “reinheid”. In hun religieuze
duiding hebben deze kledingstukken
een gecompliceerde functie om de plaats van vrouwen in de omgang met
het
religieuze aan te geven. Door die kleding tot symbool van
“reinheid” te maken,
worden vrouwen verantwoordelijk voor de “reinheid”
van de samenleving en
gaan mannen vrijuit. Een vrouw die de kledingcode schendt wordt meteen
als
een hoer neergezet. Is dat een realistische manier van rolverdeling?
VERHOUDING
KERK-STAAT
De
hoofddoek van de moslima heeft te maken met haar geloof en
geloofsgenoten. Het verwijst naar de positie van vrouwen en naar
seksualiteit. En hij heeft iets te maken met
“reinheid.” Maar er zijn nog meer aspecten en
betekenissen die meeklinken in het debat over de sluier. In de felheid
van de discussie over de hoofddoek speelt ook de West-Europese
opvatting mee van de staat. Of beter, van de voorstelling die wij
hebben van de scheiding van kerk en staat. In de grondwet van
West-Europese staten is vastgelegd dat er een scheiding is tussen de
kerk en de staat. De kerk zal zich niet bemoeien met de overheid, en de
overheid zal zich niet bemoeien met de kerk, beide hebben een eigen
domein. Dat was een compromis in de vroegparlementaire geschiedenis
tussen de burgerklasse die zich had vrijgemaakt van de adel, en van de
geestelijke stand die toen nog steeds adellijke allures had.
Met
name in Frankrijk reageert men allergisch als men meent dat de
scheiding van
kerk en staat in het geding is. De Fransen zijn consequent: bij wet
zijn alle
religieuze symbolen in openbare ruimten verboden: kruisen, keppeltjes,
hoofddoeken.
Deze symbolen zijn geloofsgetuigenissen, vindt men in Frankrijk, en
geloofsgetuigenissen
horen niet thuis op straat en op school; geloof hoort thuis in het
privé-domein.
In
Duitsland is men met een dergelijke maatregel bezig. In Nederland hoor
je vooral politici uit de VVD en de LPF ervoor pleiten om religieuze
symbolen in openbare ruimten te verbieden. Ook dan klinkt het motief:
geloof is een privé zaak.
De
discussie wordt gevoerd over “religieuze symbolen”,
maar het gaat eigenlijk om de hoofddoek. Op basis van de grondwet kan
dat zo niet geformuleerd worden. Dat zou immers een duidelijke
discriminatie van een bepaalde geloofsgroep, de moslims, betekenen.
Daardoor loopt de discussie steeds uit op de vraag: wat weegt het
zwaarst: de vrijheid van godsdienst of de vrijheid van meningsuiting?
Met die discussie is de grondwet in het geding, maar ook de traditie
van tolerantie
waar Nederland zich op beroept. De beperktheid van die tolerantie is de
laatste
jaren soms schrijnend zichtbaar geworden.
Op
de achtergrond echter gaat het vaak om angst voor de islam, maar niet
iedereen wil dat hardop zeggen. Die verborgen angst bewerkt iets
ironisch. Met het verbod op hoofddoeken mengt de politiek zich in de interne religieuze discussie van moslims.
Want ook binnen de islam zijn de opvattingen over de hoofddoek zeer
verdeeld. Daarmee wordt feitelijk de scheiding van kerk(moskee) en
staat opgeheven, door politici….
VEELKLEURIG
NEDERLAND
In
de afgelopen veertig jaar hebben er in Nederland en in de wereld grote
veranderingen plaatsgevonden, die op vrijwel alle levensgebieden hun
uitwerking hebben. Eén van de dingen die we vooral in de
grote steden kunnen zien: Nederland is veelkleurig geworden. Bij
“veelkleurig” horen dan de woorden:
“autochtoon” en “allochtoon.”
Vroeger
noemden we “autochtonen” :
“inboorlingen”. Tenminste, als het ging om de
autochtonen
in “onze” koloniën. Witte Nederlanders
zijn in Nederland “inboorlingen”.
Maar zo noemen we onszelf niet. We kunnen ook het taalgebruik overnemen
van
volken die door “ons” werden gekoloniseerd. Dan
zouden wij onszelf “bleekgezichten”
moeten noemen.
Autochtonen
zijn dus: “inboorlingen”,
“bleekgezichten”.
En
allochtonen zou je dus: “aanboorlingen” kunnen
noemen en “kleurlingen”.
Waarom
zijn die woorden zo lastig? Omdat het steeds weer om een verdeling in
groepen gaat. Bij welke groep hoor jij? Een groep van
“ons” en een groep van “zij.”
En wie niet bij “ons” hoort – het is een
aloude angst, de angst voor de vreemdeling die
“anders” is, die
dan de kop opsteekt.
Die
angst is curieus. Enkele eeuwen lang waren Nederlanders (Europeanen) er
verzot op om grote gekleurde bevolkingsgroepen tegelijk binnen de eigen
rijksgrenzen te krijgen. De Britten slaagden daar het beste in, hun
“British empire” strekte zich over de hele aardbol
uit. In Londen is men al heel lang gewend aan een veelkleurige
bevolking.
In
het Nederlandse Koninkrijk van koningin Wilhelmina was ruim 75 % van de
bevolking moslim. Daar lag niemand wakker van.
Enerzijds
waren we minder bang voor de moslims. In Europa en Amerika was men in
die tijd bang voor de communisten. Dat hielp ook, om de interne eenheid
te bewaren. Zelfs Hitler kreeg lange tijd ruim baan omdat hij zich
allereerst tegen de communisten richtte.
Maar
misschien lagen we er ook niet wakker van omdat die
“kleurlingen” weliswaar rijksgenoten waren, maar
veilig ver weg in overzeese gebieden. In de Polygoonfilms die vertellen
van bezoeken van de koningin aan die rijksgebieden waren we vertederd
om hen te zien dansen voor onze koningin, om te zien hoe ze haar
eerbiedig groetten, in van die interessante kleurige kleding.
In
de oude koloniale tijd waren er alleen schepen, geen vliegtuigen. Als
je emigreerde,
dan ging je voorgoed. Daardoor was er weinig kans dat die
“inboorlingen” van
ginds hier “aanboorlingen” werden. Ze bleven gewoon
daar.
In
onze tijd zijn de transportmogelijkheden enorm vergroot en vele malen
sneller geworden. Bovendien is er televisie en zijn er andere
communicatiemiddelen.
Nu
ineens, binnen onze eigen generatie, zijn er zoveel
“aanboorlingen” bijgekomen. Er komen andere
winkels, andere waren en smaken op de markt, andere geuren bij de
buren. Datgene wat die aanboorlingen omringt, hun cultuur, dringt onze
stad binnen, onze straat, onze huiskamers en zelfs ons lichaam. Dat
komt
heel dicht bij. Dat
stelt vragen aan onze eigenheid
en aan onze cultuur. Wie moet zich aanpassen aan wie? Veranderen is
nooit
gemakkelijk, het maakt altijd ook in zekere mate onzeker en doet je
onveilig
voelen. De een kan er beter mee over weg dan de ander – ieder
mens reageert
op een eigen wijze op verandering.
Hoofddoeken
maken iets zichtbaar van die veranderingen. Ze maken het afwijkende
zichtbaar. Gevoelens van onzekerheid of onveiligheid in een veranderend
Nederland kunnen worden geprojecteerd op de hoofddoeken en haar
draagsters.
Maar
is er wel één Nederlandse cultuur? Is er wel
één Nederlandse taal? Hoeveel verschil ervaren we
tussen een Zeeuw en een Groninger? Hoe ver ligt Limburgs en Fries
uiteen? Onze klederdrachten, een nationale trots, gaan daar ook niet
alle vrouwenharen onder verborgen?
En
hoe ver liggen niet de gewoonten aan de Larense goudkust verwijderd van
de gewoonten driehoog achter in Amsterdam? Wat gaat er verloren als
“de Nederlandse cultuur” zou verdwijnen? Wat wordt
er bedreigd? De “Nederlandse cultuur” is
die Haags, Amsterdams, Achterhoeks of Veluws?
Begin
jaren zestig was protestant Nederland nog een totaal andere wereld dan
katholiek Nederland. Kinderen uit die twee groepen speelden niet met
elkaar. De protestanten waren bang voor de overheersing door de
roomschen. De roomschen hadden grote gezinnen en daardoor
wérden we ook de grootste kerk in Nederland.
Maar
de secularisatie liep nog harder. De oecumenische inspanningen hebben
ons minder bang gemaakt voor elkaar. Protestantse en katholieke kerken
samen proberen
nu stand te houden in een Nederland dat nauwelijks affiniteit heeft met
godsdienst.
Veel mensen die bezwaar maken tegen hoofddoeken irriteren zich ook aan
andere
(of alle) godsdienstige uitingen. Hoofddoeken zijn in die opvatting
symbool
van een godsdienst. Godsdienst – vinden veel Nederlanders -
maakt mensen
onvrij. De Franse reactie staat op dit niveau, ze is in zekere zin
godsdienstvijandig.
Vraag is, of ze werkelijk te maken heeft met de scheiding van kerk en
staat.
Is niet veel meer een seculiere wereld zich aan het inmengen in een
religieuze
discussie? En is deze onverdraagzaamheid tegenover godsdienstige
uitingen
niet een vorm van seculier fundamentalisme?
Rotterdam
wil geen hoge minaretten meer in de stad. Ze zijn bang voor een
stadsbeeld met te veel minaretten. Omdat er teveel kerktorens
verdwijnen? Of zouden ze
ook niet meer zoveel kerktorens willen? Wil de stad
geen”skyline” die teveel
godsdienstigheid verraadt? Wil de stad liever hoge torens die naar bank
en
bedrijf ruiken? Van rokende schoorstenen liggen ze schijnbaar minder
wakker
dan van minaretten.
Zijn
moslims een bedreiging? Zijn godsdienstige mensen een bedreiging? Van
wie? Van wat? Begin 20ste eeuw waren de
Protestanten zeer huiverig voor
de grote katholieke gezinnen, en voor de groei van de katholieke kerk.
Ze
hebben die groei overleefd.
MULTICULTURELE
ISLAM
Moslims,
christenen en niet-gelovigen zijn voor elkaar bedreigend, als ze elkaar
proberen te bekeren. Of als de ene groep geld en macht heeft en de
andere niet. Dat kan tot oorlog leiden, bijvoorbeeld tussen katholieken
en protestanten. Noord-Ierland is nog steeds in de greep van wat een
“godsdienstoorlog” heet te zijn.
Elke
godsdienst kent fundamentalistische groepen. Deze zijn altijd
potentieel gewelddadig.
Fundamentalisten zijn zo overtuigd van zichzelf, en hangen zo aan de
eigen
overtuiging dat ze anderen niet verdragen.
Er
zijn fundamentalistische islamieten; deze zijn bedreigend. Net als
fundamentalistische joden, ook zij zijn gewelddadig. Het conflict
Israël-Palestina was waarschijnlijk al tot een oplossing
gekomen als de fundamentalistische joden niet zo’n grote
invloed zouden hebben gehad.
Fundamentalistische
christenen zijn evenzeer beangstigend. In de Verenigde Staten groeien
fundamentalistische christelijke groepering snel; ze hebben grote
invloed op de regering, zij wilden bijvoorbeeld de oorlog tegen Irak.
Fundamentalisme
wordt altijd met godsdienst verbonden. Maar ook geseculariseerde,
niet-gelovige mensen kunnen fundamentalistisch zijn. Is er niet van
fundamentalisme sprake in de wijze waarop sommige politici de discussie
over de hoofddoek voeren?
Fundamentalistische
groepen zijn intolerant. Als ze zichzelf met wapens gelijk willen geven
zijn ze beangstigend. Irakezen zijn zowel bang voor de Amerikanen als
voor de felle
moslimstrijders in hun land.
De
islam is niet per definitie gewelddadig en bedreigend. De islam is
minstens zo veelkleurig als het christendom. Er zijn heel verschillende
geloofsgroepen. En binnen de islam zijn heel uiteenlopende culturen bij
elkaar gebracht.
Islam
wordt veelal met Arabieren gelijkgesteld. Maar de meeste islamieten
zijn niet
Arabisch. Irak is het meest oostelijke Arabische
land, bij Iran begint een andere
cultuur: de
Perzische. Afghanistan,
Pakistan, Bangladesh,
Indonesië, diverse voormalige Sovjetrepublieken, diverse
Afrikaanse
landen rondom de Sahara zijn allemaal islamitisch; het zijn
zéér
verschillende culturen.
In
Nederland zijn er onder andere Turkse, Marokkaanse, Surinaamse,
Afghaanse, Iraanse, Indonesische,
Palestijnse islamieten; onder hen beschouwen alleen de Palestijnen en
sommige Marokkanen zich als Arabier.
De
islam heeft heel veel verschillende culturele gezichten, en overal
wordt die
cultuur door fundamentalisten verdedigd met “de
Koran”. Voor het christendom zouden we hetzelfde kunnen
zeggen.
Binnen
de islam zijn er niet alleen heel veel geloofsrichtingen, zoals er
binnen het christendom veel verschillende kerken en geloofsrichtingen
zijn. Binnen de islam is al jaren ook zoiets als bevrijdingstheologie
gaande. Vrouwen en
mannen lezen de Koran precies, en geven kritiek op “de
traditie”: op de interpretatie
van de heilige teksten door mannen. In veel Arabische landen zijn
vrouwen
al enige tijd bezig om hun positie en rechten te verbeteren. Hoe meer
de
westerse wereld zich daarmee bemoeit, hoe moeilijker het voor hen zal
zijn.
De algemene angst voor nieuwe koloniale overheersing is groot.
Hoe
meer christenen zich met die discussie bemoeien, hoe moeilijker die
interne discussie zal zijn. Want de christelijke wereld wordt in
verband gebracht met de West-Europese en Amerikaanse wereld. Die is
heel dominant in de wereld, heeft de beste wapens, de snelste
technologie, koloniseerde ook de moslimwereld en treedt op gezette tijden nog steeds
zeer koloniaal op. Het Westen is bedreigend. Daar verdedigt de
islamitische wereld zich tegen. Bovendien
is die westerse wereld hypocriet.
In
1986 vertelden Afghaanse vrouwen aan Nederlandse vredesorganisaties dat
de Mudjahedin en Taliban zeer gevaarlijk waren juist voor vrouwen. Ze
smeekten het westen om hen niet te steunen.
Maar het westen wilde de Sovjet-Unie op de knieën en bewapende
deze groepen. Ze stuurden Osama Bin Laden erheen als hulp. Afghaanse
vrouwen worden sindsdien zeer onderdrukt
en in de burqua’s gedwongen.
De laatste oorlog
heeft daar maar heel beperkt verandering in gebracht.
De
gijzeling van twee Franse journalisten riep als reactie op onder de
Franse moslims: “Bemoei je er niet mee, dit is een Franse
aangelegenheid.” Wel,
Bush heeft zich met dat soort discussie bemoeit door tweemaal een
complete oorlog te starten. “Het Westen” heeft
weinig
oog ervoor dat “wij “ voor anderen de vijand zijn.
In
Irak neemt het aantal gesluierde vrouwen toe sinds een jaar. Uit angst
voor fundamentalistische groepen. Die gesluierde vrouwen proberen zich
onzichtbaar te maken, proberen niet op te vallen op straat.
Jonge
dominicanessen in Irak doen hun sluier af als ze naar de universiteit
gaan. Ook om niet op te vallen, om zich onzichtbaar te maken. Soms door
de sluier te dragen, soms door hem weg te laten proberen vrouwen
onzichtbaar te zijn. Zo proberen vrouwen hun veiligheid te vergroten in
een land waar de onveiligheid enorm groot is.
IDENTITEIT
In
Nederland zien we sinds enkele jaren het aantal hoofddoeken snel
toenemen. Eén ding valt daarbij op: de vrouwen die een
hoofddoek dragen willen niet onzichtbaar zijn, maar willen juist gezien
worden. Ze willen opvallen. Vooral aan veel jonge vrouwen is dat goed
te zien: de hoofddoek vormt één
geheel
met hun modieuze kleurrijke uiterlijk.
Waarschijnlijk
geldt alleen voor vrouwen die helemaal in het zwart gekleed gaan en
gesluierd, dat ze de kleding dragen om zichzelf (zover dat gaat)
onzichtbaar te maken. Misschien kleden deze vrouwen zich zo, omdat ze
dat zo gewend zijn in hun land van herkomst. Om zich een beetje veilig
te voelen in vertrouwde kleding, in een land, dat zo anders, zo vreemd
is.
Maar
voor een deel van deze vrouwen kan gelden dat ze op bevel van hun man
of op
bevel van een imam gesluierd zijn. Dan kun je spreken van onderdrukking
van
vrouwen.
Felle
uitlatingen van kamerleden en andere Nederlanders zullen geen
verbetering brengen in de situatie van deze vrouwen. Integendeel,
mannen die hun vrouwen willen onderdrukken, zullen de hakken in het
zand zetten en “voor hun eigen identiteit en
geloof” opkomen. Ze zullen net zo reageren als onze
christelijke broeders in de “zwarte kousenkerk” of
in de SGP.
Voor
alle gesluierde vrouwen in Nederland geldt intussen, dat ze
“de islam” zeer zichtbaar maken, ook als ze als
individu daarin verdwijnen. In Nederland en
West Europa heeft de hoofddoek dus ook een heel andere betekenis. De
hoofddoek is hier deel geworden van de strijd om de identiteit. Dat
betekent, dat de hoofddoek niet per sé verwijst
naar fundamentalisme of naar vrouwenonderdrukking. Bij een groot deel
van de islamitische vrouwen die een
hoofddoek dragen, gaat het om een eigen keuze, om zich zichtbaar
te maken. Zich zichtbaar te maken als moslima. De
hoofddoek is symbool
voor een identiteit die ze willen neerzetten: “Hier ben ik,
ik moslima”.
Die
behoefte om de eigen identiteit zo zichtbaar neer te zetten heeft een
paar wortels.
Het
waren moslimfundamentalisten die op 11 september 2001 willens en wetens
de World Trade torens in New York verwoestten. Sindsdien wordt er
gesproken over
“terroristen’ die ons bedreigen. De dominante,
westerse wereld is de laatste
jaren vijandig gericht tegen de islam, alsof elke moslim een
potentiële terrorist is.
In
Nederland zijn de moslims een minderheid. Een minderheid die tevens als
vijand wordt gezien, voelt zich – uiteraard - bedreigd. Opeens worden aan hen veel
eisen gesteld om hier te mogen blijven met een
“integratiebeleid”. Ook de wijze waarop op radio en
t.v. verslag
wordt gedaan over bijvoorbeeld Marokkaanse jongeren beïnvloedt
onze
waarneming, stigmatiseert moslims. De hoofddoek wordt ook symbool van
die
stigmatisering.
Voor
moslims is het deprimerend om steeds negatief te worden afgeschilderd.
Dat kan woede aanwakkeren, angst, trots. Moslims
in Nederland merken dat
“inboorlingen” bang voor hen zijn, veel
moslimjongeren zijn erg depressief intussen.
Trots
en zelfbewustzijn helpen tegen depressie. Eén vorm van trots
en zelfbewustzijn is: je duidelijk kenbaar maken. “Hier ben
ik, ik kruip niet weg”. Veel jonge vrouwen kiezen voor een
trotse, zelfbewuste houding. Ze uiten dat door een hoofddoek. En zeker
zijn er ook mannen die daarom van hun vrouw eisen een hoofddoek te
dragen, uit trots.
Met
velen zo’n hoofddoek dragen op straat, maakt je ook sterker.
Je bent een minderheid,
maar je bent niet zomaar weg te wuiven. Je bent zichtbaar. Sommige
jonge
vrouwen zal het zelfs een kick geven te merken dat
“bleekgezichten” bang
van je worden. Ook moslimjongeren zijn pubers ten slotte.
Maar
er is meer. De moslimjongeren van nu zijn de derde of vierde generatie,
soms de tweede. Het land van hun (voor)ouders is hun land niet meer. Ze
voelen zich Nederlander. Maar Nederland roept heel hard dat ze geen
Nederlander zijn,
dat ze “moeten integreren”. Ze leven daardoor in
een soort niemandsland, voelen
zich ontheemd. Ze leven tegelijk in een samenleving die veel vrijheid
geeft.
Hun ouders kennen dat niet, kunnen hen er niet in begeleiden. En de
Nederlandse
samenleving, die hen zou moeten opvangen wijst hen af.
Godsdienst
is dan een belangrijk houvast voor de eigen identiteit. Door je
hoofddoek kun je dat een accent geven.
Onze
samenleving is ingewikkeld, vol tegenstrijdigheden, en verandert snel.
Daardoor kun je je onveilig voelen. Dat geldt niet alleen voor moslims.
Waar vind je
houvast? Waar voel je je thuis? Voor ieder lid van de samenleving zijn
dat
vragen waar je mee om moet gaan. Het is menselijk om naar anderen te
wijzen,
die jou een ongemakkelijk, onveilig gevoel zouden geven. Maar waarom
zouden
anderen verantwoordelijk zijn voor jouw ongemakkelijke gevoelens?
GEUZENDOEK
We
kennen uit onze geschiedenis geuzenliederen. Daarin klinkt het verzet
van de protestanten tegen de katholieke onderdrukkers. Eigenlijk is het
vooral een lange neus van Hollanders tegen de Spaanse overheersers, in
die tijd. Natuurlijk was God aan onze zijde tegen die vreemde
overheerser. Het Wilhelmus is zo’n geuzenlied.
Minderheden
en onderdrukte groepen zoeken “God aan hun zijde”
om de hoop overeind te houden.
De bevrijdingstheologie heeft dat inzicht zelfs tot kern van het
christelijke
denken genomen. “God neemt het op voor de armen,
“de onderdrukten”. In Latijns
Amerika is dat in de meeste religieuze gezangen te horen.
In
veel “ouderwetse” gezangen horen wij het ook. Nu
doen ze triomfalistisch aan.
Het is belangrijk om je af te vragen wie de liederen oorspronkelijk
zongen.
Als geuzenlied was het een verzetslied van bedreigde groepen, om
zichzelf
moed te geven. Ook in de psalmen horen we dat.
Maar
tijden veranderen. Als een groep die vroeger bedreigd was, een
heersende groep
wordt, dan klinkt zo’n lied opeens heel anders. Diezelfde
liederen kunnen
heel gevaarlijk worden. Dan lijkt God ineens aan de kant van de
machtigen te staan: “God zij met ons” op de rand
van de 2euro. Dat is bijna godslastering voor wie gelooft dat God
opkomt voor de armen.
In
de islamitische landen, waar moslims deel zijn van de dominante groep,
heeft de hoofddoek veel te maken met het handhaven van de situatie
zoals die is en met vrouwenonderdrukking.
Door
de wijze waarop de VS en Engeland met groot militair vertoon in het
Midden Oosten zijn binnengedrongen, is ook daar die hoofddoek tevens
een teken van verzet tegen de dominantie van de westerse cultuur
geworden. Als mannen vrouwen verplichten tot dit teken van verzet, is
het heel dubbel en blijft het vooral onderdrukking, zeker binnen die
relatie.
De
hoofddoeken in Nederland, zeker de modieuze, zijn echter allereerst een
geuzendoek: verzet en identiteit!
Juist
wat stigmatiserend werkt, kun je enkel van je afzetten door er een
geuzenkracht in te leggen. Je keert het stigma dan om als het ware. Homoseksuelen die zichzelf
militant “flikker” noemen.
Gehandicapten die zichzelf
“mankepoot” noemen.
“Aanboorlingen” die als politieke indentiteit de
verzamelnaam “zwarten” aannemen.
De
hoofddoek maakt heel zichtbaar dat je deel bent van die
gestigmatiseerde groep,
en dat je trots bent bij die groep te horen.
POSITIE
VAN VROUWEN
Het
belangrijkste Nederlandse argument tegen de sluier van moslimvrouwen is
de vrouwenonderdrukking. Het belangrijkste argument dat moslimmannen
geven voor de sluier is de reinheid en bescherming van vrouwen.
De
voorgaande hoofdstukken laten zien, dat het zo simpel niet ligt. Onder
de Nederlandse hoofddoek van moslima’s gaan veel discussies
schuil, veel emoties, veel signalen.Die sluiers spreken veel
verschillende talen en zijn gelijktijdig duidelijke en versluierde taal.
Vraag
aan ons is: waarom mogen zusters met sluiers op straat lopen, waarom
zijn klederdrachten een nationale trots en zijn bedekte moslimharen
ineens symbool voor vrouwenonderdrukking?
De
hoofddoek biedt inderdaad bescherming tegen mannenogen. Maar het
suggereert tegelijk, dat vrouwen zonder sluier vogelvrij zijn. Het
stimuleert bepaalde moslimmannen om ongesluierde vrouwen als hoer te
zien en als “te krijgen”.
Er
zijn vrouwen uit bepaalde groepen vluchtelingen, die onder zware druk
van hun man leven en daarom ook gesluierd over straat gaan. Het is aan
hun sluier te zien.
Er
zijn ook vrouwen die van plattelandsstreken komen waar zwarte
sluierkleding de gangbare kleding is, ook onder christenen. Deels is
dat gewoon een kwestie van gewoonte en generatie. Die vorm van kleding
verdwijnt met de volgende generaties.
Hoofddoeken
bevestigen het (traditionele) vooroordeel dat vrouwen verantwoordelijk
zijn voor de seksuele prikkelingen die mannen ervaren bij het zien van
een vrouw. Dat vooroordeel leeft ook nog steeds onder de”
inboorlingen” van Nederland. Mét de hoofddoeken
staat hopelijk ook dat vooroordeel ter discussie.
Tegelijk
prikkelt de modieuze hoofddoek ook. Vaak wordt hij gedragen in
combinatie met kleding die de vrouwelijke vormen goed laat uitkomen,
rond een zorgvuldig opgemaakt gezicht. Zulke hoofddoeken lijken een
geuzensignaal naar verschillende kanten tegelijk te zijn:
“Hallo,
christenen, hier zijn wij moslims”.
“Hallo,
liberalen, hier zijn wij gelovigen”.
“Hallo,
mannen, hier zijn wij vrouwen”.
“Hallo,
“inboorlingen”, hier zijn wij
“aanboorlingen”.
“Hallo,
bleekgezichten, hier zijn wij kleurlingen”.
“Hallo,
moslimmannen, ik bepaal het tóch zelf!”
“En
we zijn trots op onszelf, verdomde trots!”
De
positie van vrouwen wordt juist door die modieuze hoofddoeken ook een
heel spannende. De moslimgemeenschap in Nederland was tot voor enkele
jaren vooral zichtbaar door een bepaald type mannen, wat donkerder
getint, koolzwarte ogen,
petje op, een pak uit de jaren vijftig.
Nu
zijn het jonge vrouwen die de Nederlandse moslimgemeenschap zichtbaar
maken. Onder hen zijn zeer zelfbewuste vrouwen, dat zie je aan hun
uitstraling. Voor
de traditionele moslims kan het nog knap lastig worden, deze grote
groep jongeren
met een geuzenmentaliteit.
De
vrouwen zijn ineens heel belangrijk binnen deze minderheidsgroep. Zij
zijn het die het meest zichtbaar een plaats opeisen, de discussie over
hun bestaansrecht ontketenen, Haagse politici zenuwachtig maken. Een
zwijgzame minderheid is ineens zeer spraakmakend geworden door de
vrouwen. Een gestigmatiseerde minderheid presenteert zich met
geuzenkracht.
Maar
ook, toch ook, zijn het dus vrouwen die “de
reinheid” een plaats moeten geven in de samenleving en hebben
de mannen het hoofd vrij voor onreine gedachten en praktijken.
En
wij – wat vinden wij daarvan? Is een hoofddoek een teken van
onderdrukking door mannen? Moeten islamitische vrouwen zich gewoon
aanpassen en, net als wij, géén sluier dragen? Is
het ieders vrijheid en moet iedereen die kleding kunnen dragen die zij
prettig vindt? Moet het dragen van hoofddoeken verboden worden?
Of
zal verbieden averechts werken? Kan ruimte geven aan de hoofddoek juist
de geuzendoek accentueren? Ruimte geven voor de eigen identiteit van de
moslims? En zou die ruimte hen bedreigender, agressiever maken? Of zou
die ruimte juist
integratie mogelijk maken, oecumene tussen christenen en moslims
bijvoorbeeld? En tussen gelovigen en niet-gelovigen?
De
hoofddoek verbieden als religieus symbool, betekent dat juist niet alle
accent geven aan dat “reinheidsaspect”? Gaat
daardoor wellicht juist de interessante kant in dit symbool –
trots, identiteit, eigenwaarde, zelfbewuste vrouwen –
verloren?
De
hoofddoek bestrijden, kan dat niet heel averechts uitwerken?
Stel
dat in de mode enkele seizoenen lang een hoofddoek zou worden
opgenomen, zou
met name de traditionalistische betekeniswaarde dan niet verminderen en
de
hoofddoek vanzelf weer minder gedragen worden?
WAT DE
BIJBEL ZEGT
Niet
alle bijbelse teksten spreken aardig over vrouwen. Niet alle bijbelse
teksten spreken onvriendelijk over vrouwen. Weinig bijbelse teksten
spreken over vrouwenkleding.
Overigens:
niet de teksten zelf zijn het probleem. Een probleem zijn de lezers.
Elke lezer interpreteert – niet interpreteren kan niet. Maar
als diegenen die de
tekst interpreteren de macht hebben om er een voorschrift of zelfs een
dogma
van te maken, wordt het oppassen geblazen.
Bijbelse
teksten stammen uit een lange periode, van ruim duizend jaar voor Jezus
tot ruim honderd jaar na Jezus.
Bij
de Koranteksten is dat anders, die zijn binnen
één mensenleven geschreven. Het zijn ook
één soort tekst, allemaal uitspraken, zoals in de
bijbel de teksten van Prediker, Spreuken, of de brieven van apostelen.
In de bijbel vind je daarnaast ook verhalen, lange en korte.
Voor
alle teksten geldt, dat ze geschreven werden door en voor de mensen van
hun tijd. Voor de bijbelse teksten geldt, dat ze vaak ook geschreven
werden als reactie op andere teksten: soms instemmend, soms
discussierend.
Voor
al deze teksten geldt dat ze moeilijk te lezen en te verstaan zijn,
omdat ze uit heel andere tijden stammen en binnen culturen spreken die
we niet meer
kennen. Voor al deze teksten geldt het probleem dat we niet de
originele tekst
lezen, maar een vertaling. En de vertalers stoppen altijd veel van hun
eigen
visie in de vertaling.
Voor
Bijbelse teksten geldt dan nog heel speciaal, dat je verschillende
teksten naast elkaar kunt lezen. Soms worden de teksten daardoor beter
te verstaan, soms relativeert het heel erg.
Het
zal duidelijk zijn: de definitieve betekenis en het laatste woord over
een tekst zullen niet gauw gezegd worden..
Bij
enkele bijbelteksten die vaak aangehaald worden als het over de positie
van vrouwen gaat, stellen we toch enkele vragen.
In
Genesis 3,17 zegt God tot de man: “… omdat
je… van de boom gegeten hebt die ik jou had verboden, zal de
aarde vervloekt zijn omwille van jou!”
Dit
zegt God tegen de man, niet
tegen de vrouw.
In
de uitleg wordt daar echter geen aandacht op gevestigd.
Vervolgens wordt vooral het vers tegen de vrouw
beklemtoond. Bovendien spreekt traditionele theologie over
“de vrouw die de zonde brengt, en de aarde die daardoor
vervloekt is. “ Door dat soort bijbelinterpretatie lijkt God
zich vooral tegen de vrouw te keren… samen met de mannen.
Of
een ander “bijbels argument” waarom vrouwen
ondergeschikt zouden zijn aan mannen.
De
vrouw is ondergeschikt aan de man, want de man werd het eerste
geschapen.
Genesis
1, 20-28 vertelt over de schepping van dieren en mensen. God schept
eerst de dieren. De mens wordt als laatste geschapen. Dan wordt gezegd
dat de mens de bekroning van de schepping is. Maar waarom is de vrouw,
in Genesis 2 dan niet de bekroning van de schepping – en dus
van de man?
Zeer
bekend is het verhaal “van de overspelige vrouw”
(Johannes 8, 1-12). Traditioneel is de interpretatie: “Jezus
is zo goed dat Hij zelfs een overspelige vrouw vergeeft”. Kun
je nagaan!
Maar,
in die tekst staat tot twee keer toe dat ze op heterdaad werd betrapt.
Waarom vroegen 2000 jaar theologen dan niet naar de man in die tekst? De schriftgeleerden
beroepen zich ook op de wet van Mozes. Bijna alle bijbels vermelden
waar je die wet kunt vinden, dat is Deuteronomium 22, 22-26.
Deuteronomium
22 gaat in op verschillende situaties. Daarin lees je, dat de tekst
onderscheid maakt tussen overspel en verkrachting. Een vrouw die
verkracht wordt en niet om hulp kon roepen, gaat vrijuit, terwijl de
verkrachter gedood moet worden. Volgens Deuteronomium moeten in twee
gevallen man en vrouw gedood worden, in één geval
alleen de man.
De
tekst van Johannes 8 doet dus iets heel anders dan wat christelijke
schriftgeleerden er altijd in lazen. De tekst is veel misbruikt tegen
vrouwen. Terwijl de tekst
het onrecht signaleert dat alleen de vrouwen gedood worden, een
praktijk die
tegen de wet is. Mannenogen hebben dat er niet in willen lezen.
1
Timoteus
2,9-15 is een tekst die altijd werd gebruikt om duidelijk te maken dat
vrouwen
moeten zwijgen in de gemeente, geen priester kunnen worden, dat door
hen
het kwaad in de wereld is gekomen, dat ze met gedekt hoofd moeten lopen.
Op
het eerste gezicht lijkt dat er ook te staan. Maar er is meer te zeggen
over Timoteus. Het is een brief van een leerling van Paulus. Paulus was
al dood toen de brief geschreven werd. En deze leerling richt zich tot
heel bepaalde vrouwen in een bepaalde situatie, waarin zeer bepaalde
problemen aan de orde zijn.
Lees
de twee brieven Timoteus bij elkaar, en het is duidelijk welke
problemen er
spelen in Efeze. Deze tekstpassage in Timoteus is gericht tegen
bepaalde rijke mannen die hun haat en ruzie
meebrengen naar de eredienst, en tegen rijke weduwen
die in de eredienst met hun sieraden en rijkdom pronken, die valse
profeten voor veel geld in hun huizen ontvangen en dan in de gemeente
verwarring stichten door de fantasieën van die valse profeten
te verkondigen. Zulke vrouwen moeten hun mond houden en ze mogen het de
jonge
Timoteus niet zo zwaar maken om de gemeente goed te leiden.
Tegen
dat soort vrouwen stelt de tekst dat ze hun mond moeten houden. Tegen
vrouwen die met hun rijkdom pronken in de gemeente, anderen jaloers
maken en proberen verwarring te stichten, en tegen dat soort vrouwen
wordt gezegd dat ze zich passend moeten kleden.
Deze
heel specifieke tekst werd later gegeneraliseerd, op alle
vrouwen toegepast en dogmatisch gebruikt.
In
Latijns Amerika, HET katholieke continent, worden vrouwen zeer ernstig
onderdrukt,een hoog percentage wordt mishandeld, veel kinderen en
vrouwen worden misbruikt zonder dat er veel woorden aan worden
vuilgemaakt. Ook geen pastorale woorden. Integendeel. Vrouwen horen
over het algemeen dat ze absoluut niet mogen scheiden, hun kruis moeten
dragen, tot in de dood van hun man moeten houden en dat de
man het hoofd is van het gezin. Vrouwen leren van jongs af aan
onderdanigheid. En dus blijven ze bij hun man ondanks alles en zwijgen
ze in de gemeente.
Ook
bijbelteksten dienen verstaan te worden vanuit de context waarin ze
geschreven zijn.. En ook bijbelteksten zijn/worden vaak misbruikt, net
als teksten van de Koran. Dat
is het probleem met “Heilige Teksten”.
EEN ARABISCHE STEM
Basema
Spijkerman-Salman is een Palestijnse vrouw die als kind in Koeweit
leefde en nu in Nederland leeft, gehuwd en moeder van twee kinderen.
Zij werkte mee aan deze brochure.
“Weinig
godsdienstige manifestaties hebben zulke sterk emoties gewekt als het
islamitische versluieren. Moslims en niet -niet-moslims veroorzaken
samen een golf van publiciteit om
de diverse aspecten van de sluier te bediscussiëren. Aangezien ik zelf geen hoofddoek
draag, krijg ik persoonlijk zowel positieve als negatieve reacties
geweest en ik ben verrast door de intensiteit
en diepte van de emoties bij de mensen. De sluier heeft in een westerse
context
enkele specifieke connotaties. Hier wordt de hoofddoek van een
Moslimvrouw
snel als symbool van de onderdrukking van vrouwen gezien en als het
afleggen
van een politiek-godsdienstige verklaring. Zij kan woede van
niet-moslim-
westerlingen oproepen omdat die vinden dat deze gesluierde vrouw de
strijd
voor de rechten van vrouwen heeft verraden door aan haar eigen
onderdrukking
mee te werken. Bovendien, wordt zij waargenomen als protesterend tegen
de
heersende westerse sociale normen .
In
extreme reacties wordt zij zelfs als gevaarlijk neergezet, want zij zou
steun geven aan zogenaamde Islamitische organisaties die de stabiliteit
bedreigen.
Haar
godsdienstige verplichting kan ervaren worden als religieuze
aanmatiging en daarmee wrok oproepen bij niet-moslims.
In
veel Westelijke landen, wordt de godsdienst beschouwd als
privé kwestie. De anti-godsdienstige houding gaat nu zo ver,
dat voor velen religiositeit niet meer zichtbaar mag
zijn, maar een privé-kwestie is van het hart en iemands
diepste gevoelens.
Men kent de kloostersluier; waarom dan ineens zoveel woede en angst bij
de
sluier van een moslimvrouw? Ik denk, omdat nonnen de heersende
godsdienstige
traditie vertegenwoordigen. Zij zijn insiders.
De
Moslimvrouw symboliseert het binnendringen van een vreemde geloof dat
strijdig is met de heersende godsdienstige traditie.
Deze
reactie wordt verder versterkt door negatieve media berichten over
Moslimimmigranten of Moslims in andere landen.”
DE KORAN OVER DE
SLUIER
De
koran noemt een aantal redenen waarom wij, als kinderen van Adam, ons
lichaam zouden moeten bedekken; ter bedekking van onze naaktheid en
gêne; als bescherming tegen weersinvloeden, vuil en ter
verfraaiing.
De
beste manier om
ons te kleden, zegt de koran, zou een geestelijk kleed van menselijke
waardigheid
zijn, ons innerlijk als ons kleed voor God.
Dat
laat veel mogelijkheden open, en al die mogelijkheden komen we in de
moslimwereld tegen.
Van
Indonesië met de Sarong
voor mannen en vrouwen tot en met
Marokko met de Djallaba houdt
men er
zeer verschillende lokale moslimmodes op na.
Volgens
puriteinse moslimopvattingen is zelfs het woord mode taboe omdat het om
een tijdsgebonden aspect van kleding gaat. De meerderheid van de
geleerden gaat echter juist uit van de tijdelijkheid van de begrippen
die in de koran zijn gegeven, zoals “fatsoenlijke
kleding” en “correct gedrag”.
“Aanbevelen”
wat bekend staat als goed en “afwijzen” wat bekend staat als
slecht; volgens de
schriftgeleerden is de concretisering een aan tijd en plaats gebonden
concept. Het tolerantieniveau op het gebied van het tonen van onbedekte
lichaamdelen kan per samenleving verschillen, en dat is bepalend voor
wat men als welgemanierd of zedelijk omschrijft.
De
koran openbaart het moment dat god zich tot Adam richtte en zei dat hij
met zijn vrouw in de paradijselijke tuin kon vertoeven en eten waarvan
hij wilde, maar niet van die ene boom.
Het
wordt Adam zelfs verboden die boom te naderen, anders zou hij tot hen
behoren die zichzelf onrecht aandoen. Waarop satan met zijn
influisteringen en insinuaties begon. Nadat zij toch van de vruchten
hadden gegeten, werden zij zich van hun naaktheid bewust, een inzicht
dat oorspronkelijk voor hen verborgen was gebleven. Dit inzicht volgt
na de ontdekking door de mens van zijn ”eigen
zwakte”. Dat kan
betekenen dat Adam en Eva zich bewust werden van hun natuurlijke neiging
tot elkaar in te gaan.
Adam voelde zich plotseling aangetrokken tot Eva en zij voelde zich
aangetrokken tot hem, en ze werden overvallen door dit gevoel. Het
moment zelf wordt door de koran van het
specifieke naar het algemene gebracht doordat de Arabische
tweevouds-vorm
van het werkwoord hier overgaat in de meervoudsvorm.
Door
die overgang wordt duidelijk dat het hele verhaal een gelijkenis is en
dat het verhaal van Adam en Eva over de oorsprong en bestemming van de
mensheid gaat. De overtreding
die de mens uit vrije wil tegen de goddelijke wil beging, symboliseert
de
groei van zijn geweten en daarmee verandert alles. Er vindt op dat
moment een transformatie plaats van een instinctief levend wezen naar
een bewust levend mens, in staat om onderscheid te maken tussen goed en
kwaad, en in staat om zijn eigen weg te kiezen.
Welbeschouwd
beschrijft deze legende in de Koran ( anders dan in de christelijke
traditie, waarin men spreekt van de “gevallen
mens”) niet de achteruitgang van de mens, maar juist een
geweldige sprong voorwaarts en een nieuwe fase in de menselijke
ontwikkeling. Het is precies andersom, de mens krijgt een leven van
geestelijke en lichamelijke groei en ontwikkeling waarin hij worstelt
met de zin van het leven.
Opvattingen
over kleding en gedrag zijn niet eenduidig en de Koran geeft dan ook
als eerste sluier het menselijk ooglid aan. Je hoeft niet alles met
opengesperde ogen te bekijken. Zowel tegen moslimmannen als –
vrouwen wordt gezegd hun blikken neer te slaan.
Blijkbaar
worden alleen vrouwen zo aantrekkelijk geacht dat de koran bij hun
aanblik nog extra aanwijzingen geeft; zij dienen hun schoonheid niet te
tonen behalve wat daarvan onvermijdelijk is.
Onze
naakte lichamen en de specifieke lichamelijke kenmerken die mannen en
vrouwen van elkaar onderscheiden,
vormen onze gêne in positieve zin.
Het
is het Adam-en-Eva-moment,
de ontdekking van een mix aan gevoelens als man en vrouw voor het eerst
elkaars naakte lichaam
zien. Voor een man en vrouw die voor elkaar bestemd zijn is dat niet
zondig
of onrein. Maar onze lichamen zijn een privé-aangelegenheid
en geen
openbaar kunstbezit.
DEBAT BINNEN
DE MOSLIMGEMEENSCHAP
Binnen
de Moslims Umma (gemeenschap) is een uitgebreide discussie over de
sluier. En onder
de moslimfeministes zien we een verscheidenheid van aanvallen tegen de
praktijk van de sluier. MAI
Yamani, Haleh Afshar en Maha Azzam bespreken het in een academische
context met het oog van sociale onderzoekers die de sociale
werkelijkheid beschrijven.
Anderen
zoals Fatima Mernissi, Nawal al Saadawi en Leila Ahmad bekritiseren de
sluier in de context van sociaal en politiek of activisme.
Het
debat is moeilijk te volgen omdat niet helder is wanneer de hoofddoek
wordt bedoeld. Voor wie de discussie wil begrijpen geef ik hier de
verzen waarnaar in de debatten wordt verwezen.
Er
zijn vier passages in de Koran die handelen over het gedrag tussen mannen en vrouwen die
geen bloedverwanten zijn: (Soerat24;30-31); (Soerat24;60); (Soerat33;59);
(Soerat33;53).
Naast
de Koran is de Hadith literatuur (mondelinge overlevering) van belang
voor de vraag hoe moslims dienen te leven.
Aangezien
dat de feministes zelden naar Hadiths verwijzen, wil ik hier graag de
vele misvattingen over hadith en vrouwen kledingscode recht zitten en
samenvatten.
De
hadith literatuur schijnt de indruk te geven dat er sommige basisregels
over fatsoen voor zowel mannen als vrouwen zijn, maar niets
van wat ik heb gelezen geeft
aanwijzing over een uniformiteit van kleding. Wat wordt beschreven is
een
algemene stijl van kleding eerder dan een vaste vorm. De meeste Hadiths
betreffende
vrouwen behandelen het verbod van het kunstmatige verlengen van het
haar,
het tatoeëren en het dragen van juwelen buiten het huis.
In
het boek van kleding,
citeert An Nawawi Hadiths over hoe de profeet zich heeft gekleed. Deze
Hadiths
verwijzen uitsluitend naar mannen en naast de verklaring van de profeet
dat Zijde voor
mannen verboden is en voor vrouwen
toelaatbaar, is er slechts één hadith die over vrouwelijke kleding
spreekt.
GROTE
REGIONALE VERSCHILLEN
Ik
geloof dat één reden voor de verwarring is dat in
de praktijk moslims neigen om een verscheidenheid van termen te
gebruiken voor de vrouwenkleding.
In
niet Arabisch sprekende landen stammen die termen meestal uit de lokale
talen. Zo gebruikt men in Zuid- Oost Azië
voor de hoofddoek Telekong en mini
Telekong afhankelijk van de grootte van de sjaal.
In Urdu
onderscheidt men de kleine transparante hoofdsjaal, Dupetta,
van de gezichtssluier of het volledige bedekken van het gezicht, Burqa. Ook is er
een doek die groepsidentiteit geeft.
In
de Arabischtalige landen zijn
er diverse termen die van zowel Koran als van Hadiths stammen.
De
terminologie verschilt
ook binnen elk land. Hijab,
dat
voor sommigen in Jordanië de hoofd/sjaal
is, begrijpen
anderen als de lange overjas die de vrouwen vaak dragen. Voor de
gezichtssluier
wordt gewoonlijk Niqāb of kimār gebruikt.
Maar bijvoorbeeld in veel van de Golfstaten en in Noord-Afrika, duidt khimār het
transparante sjaaltje aan.
In
Algerije is een nieuw begrip geïntroduceerd met de komst van
de Salafi ideologie. Het woord Jilbāb oorspronkelijk gebruikt om
simpelweg naar een lange doek te verwijzen, wordt nu gebruikt om
specifiek te verwijzen naar het bedekken van het hele lichaam aan
één stuk van top tot teen naast de
gezichtssluier.
In
Saudi-Arabië sluit men veel meer aan bij de ontwikkelingen van
Algerije dan van Jordanië bijvoorbeeld, hoewel
Jordanië een buurland is en men hetzelfde dialect spreekt.
In
Saudi-Arabië is de Ideologie Salafi ontstaan, waardoor daar de
lange bedekking aan één stuk het meest expliciet
aanwezig is.
In
vele Moslimlanden zoals Iran en in landen in Zuid-Azie en
Zuidoost-Azië is een tweedelig kostuum met of een rok of een
wijde broek gemeenschappelijk, een vorm van kleding die niet overal als
juiste Islamitische kleding wordt goedgekeurd.
Aanhangers
van de Salafi stroming willen de Jilbab, een
bedekking in één stuk, en ze beschouwen alle
vroegere kleding als ongepast volgens een Islamitische norm.
In
Afrikaanse landen is een lange lap die de vrouwen rond zich wikkelen
gemeenschappelijk en in de Soedan bijvoorbeeld wordt deze doek Thawb
genoemd, wat eigenlijk met het ”Koranvers 24;60 “
samenhangt.
Deze
diversiteit in terminologie hangt samen met de vele verschillende
opvattingen over wat precies Islamitisch versluieren of vrouwelijke
Islamitische bedekking is in
diverse delen van de Moslimwereld.
We
mogen er tevens van uitgaan, dat sommige termen stammen uit de tijd
vóór de islam, van toen gebruikelijke kleding die
later als islamitisch werd gezien, zoals de vrouwensluier.
TENSLOTTE
Alles
bij elkaar genomen, hebben mannen en vrouwen wereldwijd nog veel bij te
schaven aan de
onderlinge verhouding. In de meeste culturen zijn vrouwen in een
positie terechtgekomen die niet benijdenswaardig is. Geschiedenis en
archeologisch onderzoek laten zien dat de positie van vrouwen in
vroeger tijd vaak beter was. In veel culturen ging haar positie steeds
meer achteruit en er werden bijna altijd religieuze legitimaties voor
gebruikt. Dit geldt voor de eerwraak (islam), voor de weduweverbranding
(hindoeïsme), voor uitsluiting uit machtsposities
(christendom), voor uitsluiting bij religieuze samenkomsten (jodendom),
uitsluiting uit bepaalde beroepen (Europa), insluiting door
kleding (Aziatische culturen), voor besnijdenis (Afrikaanse culturen),
voor
huiselijk geweld (Latijns Amerika). Als het gaat om vrouwenhandel voor
seksindustrie (Europa en VS) heet die religie “Vrije
Markt”.
Na
11 september 2001,
op 7 oktober, is de Amerikaanse president Bush de “oorlog
tegen het terrorisme”
begonnen. Hij stak dat in een religieus jasje: “God is met
Amerika”, de “missie
van Amerika”, de “As van het Kwaad”.
Inmiddels wordt ook in Nederland gemakkelijk
een relatie gelegd tussen islam en fundamentalisme en terrorisme. Het
heeft
de verhouding met de moslimbevolking onder spanning gezet. Daardoor is
de
hoofddoek ineens symbool geworden tegen dit westen van Bush. Maar de
ene
hoofddoek is heel duidelijk de andere niet.
Binnen
de islam is
er een intense dialoog gaande. Westerse raketten en westers
fundamentalisme (christelijk of seculier) kunnen die dialoog ernstig
verstoren. Fundamentalistische moslims hebben geen reden naar hun
liberale zusters en broers te luisteren als die met westers wapengeweld
gesteund worden.
De
Franse moslims toonden waardigheid toen zij mét de Franse
regering protesteerden tegen
gijzelneming in Irak van een Fransman om de wet op de hoofddoek
afgeschaft te krijgen. Zij
lieten zien, dat gesprek ook verhitte
gemoederen tot rede kan brengen.
We
willen afsluiten met een moslimdichter.
|
اسرار
للنجوم أسرار
في السماء
وللأسماك أرار في السماء
وللطيور أسرار في الفضاء
وللأشجار أسرار مع الشعراء
ولي أسرار مع كثير من الأسماء...
الني تسكن الذاكرة ولأحشاء
ولي أسرار مع النساء
لا يعرفها إلا رب السماء!
سامي
علي
De
sterren zijn gekend in de hemel
de vissen zijn behoed in het water
de vogels zijn geborgen in de lucht
en dichters en bomen zijn vertrouwd
met elkaar…
en bij mij zijn namen veilig
ze schuilen in mijn hart en geest
en ik ben zeer vertrouwd
met vrouwen
maar dat staat alleen geschreven
in Gods hand,
gekend, behoed, geborgen, veilig, vertrouwd
Sami Ali
|
|