Zusters van "De Voorzienigheid", schilderij
 INHOUD Journaal Bestuur & Organisatie Spiritualiteit Geschiedenis Activiteiten Publicaties  Geloofsbrief
                                home                                                                                                                                         

Triptiek Onze Lieve Vrouw van Fatima

Op 2 februari 1947 werd dit schilderij in de hal naast de kapel van het Moederhuis op de Lauriergracht aangebracht. Het schilderij was de inlossing van een belofte, in oorlogstijd gedaan aan Maria. 

Meteen in mei 1945 werd de oversten van alle huizen gevraagd om een financiële bijdrage die het mogelijk zou maken een beeld te laten vervaardigen. Het werd geen beeld, maar dit schilderij, vervaardigd door de schilder Alex Asperslagh, als triptiek. De beschrijving uit 1947 voor de zusters die niet in Amsterdam woonden en het niet zouden zien luidde als volgt:
"Het middenstuk stelt O.L. Vrouw van Fatima voor. De zijstukken Zusters met kinderen en oude mensen, - ook een Missiezuster met twee bruine kindertjes, die haar beschermelingen op O.L. Vrouw wijst. Op de achtergrond ziet men uiteenspattende granaten, brandende gebouwen, een V1.
De Zusters zijn natuurlijk in ons vroegere costuum gekleed. Wel hebben ze ’t blauwe koord twee maal om ’t middel geslagen, maar dat kan op  ’t ogenblik wel, er zijn er toch genoeg over."
(De laatste opmerking is een grapje van de schrijfster: de blauwe koorden worden bij het nieuwe habijt niet meer gedragen.)

"Het is een mooi, kostbaar stuk, dat ten eeuwigen dage Maria’s moederlijke bescherming en onze dankbaarheid aan de komende geslachten zal verkondigen en tevens een voortdurende stille bede is om haar zegen over onze liefdewerken hier en overzee. Moeder Overste spoorde ons aan om telkens als we voorbij de schilderij gaan, een schietgebedje te doen om die Moederzegen." 
"Maar nu heb ik U nog niet verteld, hoe de plechtigheid van de inwijding verlopen is.Vrijdag 31 Januari was de schilderij geplaatst, maar ze werd voorlopig door een wit voorhangsel bedekt. Daar deze doek een beetje te kort was, kwam er aan de onderkant precies een keurig nette wit-geschuurde klomp uit van de knielende oude man. U begrijpt hoe nieuwsgierig de kinderen waren naar de betekenis van die klomp op een schilderij van O.L.V."

"Na de H. Mis ging Waarde Vader, voorafgegaan door een rij bruidjes met bloemen, naar de hal. Onderhand werd het volgende liedje gezongen: 

Moeder, Uw kinderschaar
Komt U begroeten,
Legt weer haar bloementooi
Neer aan Uw voeten.
Wij zingen U ter eer
In blijde klanken,
Om U, o Moeder zoet,
Hart’lijk te danken.
Ave Maria!

Toen zorg en oorlogsleed
Ons deden lijden,
Was ’t aan Uw Moederhart,
Dat wij ons wijdden.
U heeft ons kinderbee
Willen verhoren:
Honger noch oorlogsramp
Kwam ons verstoren.
Ave Maria!

Moeder, Uw beeltenis
Gaat hier verrijzen
Om Uwe Moederzorg
Immer te prijzen:
Blijf steeds Uw kind’ren bij
Met Uw bescherming,
Sluit ze in Uw Moederhart
Vol van ontferming
Ave Maria!