Zusters van "De Voorzienigheid", anecdotes oorlogsjaren
INHOUD Journaal Bestuur & Organisatie Spiritualiteit Geschiedenis Activiteiten Publicaties  Geloofsbrief
                                home                                                                                                                                         

Amsterdam
Dordrecht
 Zuster Alfonsina van wel verteld, Joke Brugman interviewt:

Zij ging in 1944 naar het klooster. In deze tijd vraag ik me af waarom zij in die benarde tijd er voor koos om van huis weg te gaan, maar voor haar was dat toen geen enkele vraag.
Ze zegt: "Het lijkt wel of je er naar toe getrokken wordt, zo móet het gaan!"

"De dag voordat ik naar Amsterdam ging heeft mijn broer mij meegenomen naar het pannenkoekenhuis in de Steenstraat in Leiden. Hij had wat meelbonnen gespaard en hij wilde mij de laatste avond trakteren.
Mijn moeder bracht me weg met een oom van mij. Mijn vader was in 1933, op de leeftijd van negenenveertig jaar, overleden. Ik was toen elf jaar.

We konden nog met de trein reizen van Leiden naar Amsterdam. Een jaar later, toen mijn zusm zr. Imeldina, intrad kon dat niet meer. Zij reisde met mijn moeder en broertje met de boot, via de Haarlemmertrekvaart, en ze moesten toen vanaf de Overtoom naar de Lauriergracht lopen."

Aanvankelijk herinnert Alfonsina zich niet zo veel meer uit die eerste kloosterjaren. "Het ging zoals het ging, je accepteerde het. Het was niet zoveel anders dan thuis." Maar al pratend komen er verhalen los die de moeite van het vertellen waard zijn.

"In het noviciaat kregen we 's morgens één boterham door zr. Cornelis zelf gebakken. 's Middags waren er nog wel aardappelen en groenten. Op zondag en nog één of twee keer per week kregen we een rolletje opgerolde rosbief.
's Avonds kregen we ook één boterham, soms met steekselpap en ook wel erwtensoep van de gaarkeuken. Die soep was vreselijk maar als je honger hebt eet je het. We hadden wel altijd beleg op ons brood. We noemden dat 'schuifworst': tijdens het eten van het brood schoof je het plakje worst mee op je boterham zodat je bij ieder hapje toch een stukje worst had.
Er moesten in die tijd heel wat mondjes gevuld worden want er waren toen ook veel kinderen in het kinderhuis. Die konden we niet wegsturen zoals we dat later wel deden met de kinderen van het internaat. We waren dan ook altijd heel blij als er bij voorbeeld aan de deur inbeslaggenomen paling werd afgeleverd.

Ook herinner ik me nog een gebeurtenis waar meneer Bosdries bij betrokken was. Hij was voor de zusters een soort taxichauffeur. Hij had ervoor gezorgd dat, vanuit Friesland, een schuit vol aardappelen aankwam in de Lauriergracht.
Alle zusters gingen er met emmertjes naar toe en brachten de volle emmers naar het aardappelhok bij de kinderkeuken. Natuurlijk was er veel bekijks en we deelden graag wat mee aan onze buren, die ook niet veel meer hadden.

Elektriciteit was er niet veel maar voor de avond was er een oplossing gevonden. Er was een verbinding gemaakt tussen de keuken en het speellokaal van de Jozef kleuterschool. Daar stond een heel groot fornuis dat met kolen werd gestookt. Daar werd ook op gekookt. Zuster Ivo heeft daarvoor heel wat kolen gesjouwd.
Voor de avondrecreatie gingen we daarheen met jampotjes met olie er in en een drijvertje dat we konden aansteken. Dat was heel apart en ook wel spannend en sfeervol. Zo brachten we dan de avond door.

In de laatste periode van de oorlog kwam Rector Starrenburg regelmatig het laatste nieuws brengen over de stand van de oorlog. Hij beluisterde daarvoor de illegale zender en kwam het ons altijd persoonlijk vertellen. Zo bleven we op de hoogte.
In mei '45, het was zaterdagavond, gingen we zoals gewoonlijk naar de keuken om onze emmertjes met warm water te vullen en namen die mee naar onze celletjes. Druk doende, werd ineens de deur geopend en riep waarde moeder: "Zusters, het is vrede!"
Natuurlijk grote hilariteit. Maar daarna gingen we allen in diep stilzwijgen door met het zaterdagse schoonmaakkarwei en na korte tijd lag iedereen in bed!
Het zal de volgende dag wel feestelijk geweest zijn, maar dat herinner ik me niet meer zo goed. Alle dagen waren hetzelfde. Zo kregen we bijvoorbeeld iedere zondagmiddag kleutergymnastiek van zuster Georgia. We vonden daar eigenlijk niet veel aan, maar het kwam voor mij later wel van pas want ik werd in 1945 naar Westerblokker verplaatst en zonder diploma voor een groep van zestig kleuters gezet.