Zusters van "De Voorzienigheid", liefdewerk
 INHOUD Journaal Bestuur & Organisatie Spiritualiteit Geschiedenis Activiteiten Publicaties  Geloofsbrief
                                home                                                                                                                                         
Annelies van Heijst,

Liefdewerk. Een herwaardering van de caritas bij de Arme Zusters van het Goddelijk Kind, sinds 1852.
(Hilversum 2002) Uitg. Verloren, 295 pag.
ISBN  90-6550-741-8

De theologe Annelies van Heijst onderzocht de geschiedenis van de congregatie der Zusters van “De Voorzienigheid’ (De vroegere naam van de congregatie was: Arme Zusters van het Goddelijk Kind). Deze geschiedenis ziet zij als exemplarisch voor de vele negentiende eeuwse Nederlandse congregaties. Het boek is geen geschiedschrijving maar wil een bijdrage zijn aan de theorievorming over zorg en zorgethiek. “Zorg is vormgeven aan het leven”, zegt ze, “Het is niet iets dat alleen maar zwaar is maar een creatieve invulling van het bestaan” (Fier, september/oktober 2006)
In haar latere boek Menslievende zorg werkt ze lijnen uit naar de hedendaagse professionele zorg.

Zoals de titel al aangeeft, beoogt de auteur tot een herwaardering te komen van de caritas, in het bijzonder: een herwaardering van de inzet van religieuzen. Zij is van mening dat het vaak negatieve oordeel over caritas op vooroordelen berust.
Citaat:
 “Stel, Nederlandse beleidsmakers kregen het volgende aanbod. Tienduizenden vrouwen en duizenden mannen, in de kracht van hun leven, waren bereid zich in te zetten in de zorgsector en het onderwijs. Overal waar nodig wilden ze heen. Ze werkten zes dagen per week, het hele jaar door, op acht dagen na. Ze eisten geen vakantie en zouden zich blijven bijscholen. Dit aanbod gold hun leven lang. Als vergoeding namen ze genoegen met kost, kleding en inwoning, alles op minimumniveau. Het enige dat ze vroegen, was dagelijks tijd om zich te bezinnen en gezamenlijk hun motivatie op peil te houden. Extra inkomsten zouden ze gebruiken om iets te doen tegen mensonwaardige situatie s die ze om zich heen zagen.” (p. 7)

Bij haar onderzoek in de geschiedenis van de Zusters van “De Voorzienigheid” gaat de auteur uit van de theorie over zorg van de filosofe Joan Tronto. Deze onderscheidt bij zorg vier fasen, namelijk een fase waar de behoefte aan zorg wordt opgemerkt, een fase waarin er iets georganiseerd en gefinancierd wordt, een fase van de het daadwerkelijk zorgen en de ervaringen van de zorgontvanger. Hierdoor wordt onder meer zichtbaar -  wat vaak onderbelicht blijft - dat religieuzen in feite voor wildvreemden zorgden. Ze waren op geen enkele wijze verplicht om voor de kinderen te zorgen. Ze waren geen familie en werden er vaak niet voor betaald. Hun inzet en zorg kwam voort uit vanuit religieuze bewogenheid. In het boek gaat ze ook in op de gelovige dimensie in het zorgen van zusters.

In deze kritische herwaardering doet Annelies van Heijst aan de ene kant recht aan minder positieve ervaringen die mensen met deze vorm van caritas hebben opgedaan. Anderzijds typeert ze de religieuze zorgpraktijken als van belang voor een ethiek van de zorg en als een ongeschreven deel van de sociale geschiedenis van Nederland.