|
Zusters
van "De
Voorzienigheid",
missie
|
| INHOUD | Journaal | Bestuur & Organisatie | Spiritualiteit | Geschiedenis | Activiteiten | Publicaties | Geloofsbrief |
| INDONESIË BRAZILIË TANZANIA SURINAME CENTRAAL AMERIKA |
ONZE ARBEID OVERZEE
![]() |
|
|
|
||
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() In vroeger jaren werd het geld voor de missiearbeid vooral bijeen gebracht door 'missiebusjes' die veel mensen thuis op de schoorsteen hadden staan. Ook kende elk dorp zijn 'missiecolportrices' die de busjes eens per jaar of halfjaar kwamen legen. |
In 1923 vertrokken de eerste zusters naar Indonesië. Zij gingen er werken in het onderwijs op Bangka. Er kwamen uiteindelijk vijf vestigingen: Mentok 1925-1975, Belinju 1931-1975, Pangkalpinang 1938-1971, Sungailiat 1951-1964, Pangkalpinang Djelutung 1955-1971. Vanaf 1946 sloten zich Chinese vrouwen aan en op aanraden van bisschop Bouma werd vanaf het begin eraan gewerkt om daar een eigen inlandse congregatie van te maken, de zusters van de Heilige Familie. Later kwamen er ook Indonesische en Filippijnse vrouwen bij. In 1975 kwamen de laatste Nederlandse zusters terug. Onze zusters maakten er de turbulente tijden mee: de Tweede Wereldoorlog met drieënhalf jaar internering in een kamp, dat twee zusters niet overleefden en bij enkele anderen voorgoed hun gezondheid beschadigde. Daarna de politionele acties, de onafhankelijkheid van Indonesië, de opstanden tegen Soekarno en moord op duizenden burgers en de dictatuur van Soeharto. Zr.
Riek van Emmerik
over basisonderwijs in Indonesië
|
|
![]() ![]() |
BRAZILIË![]() |
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
In 1959 vroegen de Paters Redemptoristen om hulp van enkele zusters bij de opvang van kinderen. De zusters werkten er negentien jaar, het langst in Campina Grande (1961-1978)en Garanhuns (1960-1980). In Poa werkten onze zusters van 1961-1986. Twee zusters bleven nog een aantal jaren alleen achter. De laatste kwam in 1987 terug.
In de loop van de
tijd veranderden ze van angstige in zichzelf
gekeerde, zwaar ondervoede en lusteloze (door wormpjes) wezentjes in
vrolijke, gezonde, levenslustige en open kinderen.
Na verloop van tijd kreeg ik in het nieuwe gebouw twee kamers, de een als les- en de ander als gymlokaal. Beide met mooie rode tegels op de vloer! Zo konden er meer kinderen komen uit de arme wijken rondom en van gevluchte buitenlanders. Het klaslokaal werd ingericht met gebedelde dressoirs als kast, een tandartskastje voor plaksel, kwastjes etc. en zelfgemaakte tafels en stoeltjes van oude kisten die ik blauw schilderde. We deden van alles: veel spelletjes, zingen, spelen, dansen, knutselen, tekenen, schilderen en gymnastiek. Zelfs de twee Indianen, Oeoperemie en Sarawappie, hadden plezier. We hadden toiletten zoals in Nederland maar alles ging er steeds naast. Ze gingen op de rand staan! Dus was het zaak aanschouwelijk onderwijs te geven. Iedereen proberen … wat een hilariteit! Met de grotere kinderen werd van gekregen kleding uit Nederland toneelkleding gemaakt en toneel gespeeld. Ook wandversieringen voor het meisjeshuis werden er gefabriceerd van kleine stukjes gescheurd papier. In de jaren zestig toen ik daar was, was de kleuterschool alleen voor rijke kinderen in de grote steden. In het arme noorden van Brazilië, in Campina Grande, mocht ik een kleuterschool opzetten voor kinderen uit arme en middenstandsgezinnen in een oude paardenstal. Een Braziliaans meisje mocht ik als kleuterleidster opleiden. Het is zaak jezelf overbodig te maken en het volk het heft in eigen handen te geven. Alles wat ik in mezelf had aan liefde, creativiteit en kennis kon ik daar kwijt aan de kinderen en dat gaf me veel voldoening. Wij boden de kinderen structuur, ze voelden zich veilig, geborgen; ze kregen aandacht en warmte. En goede voeding natuurlijk, waarvoor wij overigens ook gingen bedelen. Dat alles was de basis voor een goede ontwikkeling: we haalden eruit wat er in ze zat. Wat in ze leefde, gingen ze tekenen of ze gingen, onder andere werkjes door, ineens gedichten maken. Wij leerden ook veel van hen, dat vergrootte hun gevoel van eigenwaarde. Schoonmaakkarweitjes deden ze op een gegeven moment zingend. |
|
![]() |
TANZANIA![]() |
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Op 22 januari 1970
vertrokken vier zusters naar Tanzania voor een katecheseproject
van vijf jaar. ![]() Zr. Maria Goretti Middendorp moest na twee jaar om gezondheidsredenen terug naar Nederland. Zr. Christa Schrama ging drie jaar later terug. De zusters Bertina Bongers en Chantal Thijs rondden het project mee af en keerden eind 1975 terug. Na een half jaar studie Swahili in Tabora begon het werk. Zestien gezinnen uit diverse dorpjes in het diocees Mbeya kwamen voor twee jaar naar Mlowo. We woonden daar in een soort eigen dorp. Er was een woning voor de paters, één voor de zusters, een school, een kerkje, een polikliniek en voor ieder gezin een huisje. Deze huisjes waren gebouwd met de mensen uit de omgeving van Mlowo. Het waren alle jonge gezinnen met één, twee tot drie kinderen die bij ons woonden. Op het terrein was een stuk land dat door de mannen en vrouwen werd bewerkt om in het eigen onderhoud te kunnen voorzien. Een broeder had hierover de leiding. De paters verzorgden de opleiding van de toekomstige katecheten. Zr. Maria Goretti gaf les in lezen, schrijven en rekenen aan de vrouwen en kinderen. Zr. Christa onderwees maatschappijleer in de ruimste zin van het woord. Zr. Bertina verzorgde de vakken huishoudkunde: voedingsleer, koken en hygiëne en later ook de vakken lezen, schrijven en rekenen. Zr. Chantal gaf naailessen en beheerde de kliniek voor de bewoners van het project en voor de mensen uit de nabije dorpen. Na vijf jaar hebben de Afrikanen ons werk kunnen overnemen. Tijdens ons verbljf in Tanzania was Nyerere president. Hij was een goed mens en heeft heel veel gedaan voor de "UJAMAA". Maar helaas, de Wereldbank heeft zijn socialistische project geboycot. Daardoor is zijn levenswerk mislukt. Zr. Maria-Goretti Middendorp Zr. Bertina Bongers |
|
SURINAME |
||
| Van
1970 tot 1973 ging zuster Godefrida Eikens naar
Suriname als docente Nederlands aan een Pedagogische Akademie in
Paramaribo. Zij had een contract
met de
overheid voor drie jaar.
|
||
|
|
||
![]() ![]() ![]() ![]() |
In de jaren 90 begon zr. José Höhne-Sparborth op verzoek van twee organisaties in El Salvador en Nicaragua met de opzet van een training voor traumaverwerking en een kadertraining voor begeleiders bij verwerking van rampen. Geheel naar de moderne tijd werd het een parttime project voor enkele maanden per jaar. Sinds 2002 zijn er twee zelfstandig werkende teams en is enkel enige vorm van follow-up gevraagd. Het team uit El Salvador is ook in Chili en Argentinië actief. Zr. Yosé Höhne-Sparborth vertelt hierover In El Salvador vroeg de coördinator van een Dominicaans Vormingscentrum voor het volk 'Bartholome de las Casas' om enkele workshops massage en meditatie middels het energiesysteem (aura en chakra's). In elke groep werd ik geconfronteerd met mensen die behoorlijk getraumatiseerd waren, dus boden we ook consulten aan. Deze consulten gaven al snel inzicht in bepaalde schadepatronen die gemeenschappelijk waren, dus bij de meesten voorkwamen. Je kon als het ware een landkaart aanleggen van de blokkades en dus ook van hun betekenissen. Daarop ontwikkelden we concrete trainingen om met die bepaalde blokkades te leren werken en we ontwikkelden een economisch-sociale of een politieke visie op hun werking. In dit door en door religieuze land ontkwamen we ook niet aan een theologische en pastorale doordenking van onze ontdekkingen. Het geheel noemden we pastoraat van overlevenden (survivers). De meeste schades waren veroorzaakt door de afschuwelijke oorlog, door geweld in de gezinssfeer, door de dodelijke overstromingen van Mitch in 1998 en de heftige aardbevingen van 2001. We ontdekten ook dat mensen die in de krottenwijken erg krap op elkaar leven een heel specifiek schadepatroon 'ontwikkelen', wat hen passief en apathisch maakt en afsnijdt van hun capaciteiten. Met enig cynisme constateerden we: "Als je voor je economie domme mensen nodig hebt, moet je ze boven op elkaar laten wonen, dan komt het vanzelf goed." In Nicaragua werkte ik op eenzelfde met de afdeling Medicina Natural van Cantera, een organisatie die kader vormt voor volksontwikkeling. Naast veel arbeid op het gebied van de verhoudingen tussen mannen en vrouwen bieden ze scholing aan mensen uit de arme volkswijken om gezondheidszorg te kunnen bieden aan de 70% armen die geen verzekering hebben en dus nauwelijks toegang tot medische hulp. In deze afdeling Medicina Natural worden cursussen aangeboden in reiki, acupunctuur, acupressuur, chyropraxie, kruidenkennis, biorythm. Ik leerde ze ontspanningsmassages, massage voor herstel van het evenwicht in het organisme en voor traumaverwerking. Bovendien ontwikkelden we intensieve vormen van intuïtief werken, zodat een fundamentele aanpak van problemen mogelijk is. Vanuit hun kleine kliniekjes bieden de Cantera-mensen nu aan groepen patiënten workshops aan om zelf de stress in het lichaam te leren verminderen. De congregatie heeft inmiddels mogelijk gemaakt dat ik in Chili een team van Capacitar (vergelijkbaar met Cantera in Nicaragua) dezelfde training geef. De verschillende organisaties hebben inmiddels ook contact met elkaar. |
|