|
ONTWIKKELINGEN
IN DE
MAATSCHAPPIJ
|
ONTWIKKELINGEN
IN DE
CONGREGATIE
|
ONTWIKKELINGEN
IN DE
KERK
|
|
1852
De 19e eeuw is de tijd van de Industriële
Revolutie. Grote fabriekshallen en massaproductie komen op,
huisnijverheid verliest het in die concurrentieslag. Fabrieksarbeiders
zijn mannen, vrouwen
en kinderen die soms tot 16 uur per dag werken, onder zeer ongezonde
en gevaarlijke omstandigheden, voor uitbuitersloon. Er is veel
werkloosheid, er is veel honger. Het 'proletariaat' ontstaat.
|
1852
Maria Stroot komt Pastoor Hesseveld helpen bij de opvang van arme
meisjes in Amsterdam. Op de Lauriergracht wordt
daartoe een huisje gehuurd, het tweede in 1854. Met 'juffrouw' Maria
Stroot
begint een groep jonge vrouwen die blijvend deze taak op zich neemt.
Tot dat moment was het werk al gedaan door telkens wisselende "dames".
Er is nog weinig besef van de samenhang tussen de rijke fabrikanten en
het ontstaan van het proletariaat. In de Kronieken prijst men de "rijke
vrome heren die een gulden geven om de huur te kunnen betalen".
|
1852
Onder koning Willem II worden katholieken weer gedoogd.
Er vormen zich gemeenschappen van vrome "dames". In 1848 komt er
wettelijke vrijheid van godsdienst. Het betekent dat de katholieken
zich naar eigen inzicht mogen organiseren; het maakt erkende
kloostergemeenschappen
mogelijk. Maar de Nederlandse katholieken leven nog onder direct
bestuur
van Rome met Italianen als bestuurders en het land wordt als
missiegebied
behandeld.
In 1853 wordt de Nederlandse kerkelijke hiërarchie hersteld.
Het betekent dat er Nederlandse bisschoppen komen. Bisschoppelijke
congregaties zijn dan ook weer mogelijk.
|
|
1877
De socialistische beweging is sterk in opkomst. Zij
tracht zich in te zetten voor betere beloning, verbetering van de
werkomstandigheden, vermindering van kinderarbeid.
Er is ook een beweging van vrouwenemancipatie ontstaan; uit de hogere
kringen eisen vrouwen het recht op om te studeren. Burgervrouwen horen
niet te werken. Zij leven thuis, onderworpen aan de man. Religieuze
gemeenschappen bieden voor vrouwen een mogelijkheid om zelfstandig te
leven en sociaal werk te verrichten.
De katholieke emancipatiestrijd is volop in gang (Dr. H. Schaepman).
|
1877
De jonge congregatie heeft in haar 25-jarig bestaan al veel mensen
verloren. Er zijn 23 vrouwen gestorven. Van hen zijn slechts tien ouder
dan 30 jaar en slechts twee ouder dan 40 jaar.
Er zijn inmiddels kinderhuizen in Amsterdam, Leiden (1857),
Noordwijkerhout (1864) en Scheveningen (1869)
|
1877
De katholieke kerk is aan haar emancipatieprogramma
begonnen. De hiërarchie tracht greep te houden op de
ontwikkelingen, zoals op de vele religieuze gemeenschappen die
ontstaan. Ze worden onder
controle van priesters of bisschoppen geplaatst. De vrouwelijke leiding
is niet altijd gediend van de klerikale bemoeienis.
De kerkelijke staat brokkelt af en de Paus wordt onfeilbaar verklaard.
Nederland levert een groot aantal Zouaven (pauselijk leger).
|
|
1902
De sociale strijd heeft nog weinig opgeleverd.
Burgervrouwen zetten zich ervoor in dat arbeiders genoeg verdienen om
vrouwenarbeid overbodig te maken, zodat moeders voor het gezin kunnen
zorgen.
Europa, ook Nederland, kent veel onrust door revolutionaire bewegingen
en stakingen en opstanden. De schoolstrijd (1889) heeft
financiële gelijkstelling in het onderwijs bewerkstelligd. Dat
maakt katholiek lager onderwijs op grotere schaal mogelijk, vanaf 1905
ook middelbaar onderwijs.
|
1902
Ook onze congregatie is gegroeid, ondanks nog steeds veel jonge
sterfgevallen. Er zijn inmiddels al 67 zusters overleden, de meesten
tussen 30 en 40 jaar oud.
Intussen zijn er kinderhuizen bijgekomen in Nederhorst den
Bergh (1892), Ulft (1892), Steenwijkerwold (1894), Hoorn (1896) en
Edam (1900).
|
1902
De katholieke emancipatie is volop in gang in Nederland.
Het "Rijke Roomsche Leven" bloeit.
Nederland telt inmiddels 125 orden en congregaties. In 1903 komt Paus
Pius X, die geheel gericht is op binnenkerkelijke problemen en
devotionaliteit.
|
|
1917
Europa is in oorlog, de
wreedste sinds eeuwen. Door de
technische vooruitgang vallen daarbij veel doden en zijn in veel landen
zware verwoestingen aangericht. Nederland leeft onder mobilisatie.
De katholieke arbeidersbeweging is sterk in opmars (Alphons
Ariëns) en de katholieken gaan ook in de koloniale wereld
steeds meer meedoen; er komen veel missionarissen.
De samenleving verzuilt, alle organisaties kennen katholieke,
christelijke of socialistische signatuur.
|
1917
Er verandert veel in de congregatie. De pioniersgeest maakt plaats voor
consolidatie, en een sterk wettelijk geregeld leven. "Voor die tijd was
het leuk, daarna werd het streng", wisten zusters te vertellen die deze
overgang hebben meegemaakt.
In 1923 vertrekken de eerste zusters naar Indonesië, waar de
situatie veel meer pionierswerk vraagt en de katholieke kerk onder
andere omstandigheden functioneert.
|
1917
In het Vaticaan is gewerkt aan stabilisering van de
macht door een wettelijke regeling van binnenkerkelijke zaken. In 1917
komt de eerste codex gereed, het kerkelijk wetboek. Daarbij wordt ook
het kloosterleven vastgelegd naar de oude vorm van het slotklooster:
strakke dagorde en streng claustrum. Apostolaat als nieuwe kloostervorm
staat daarmee onder druk.
|
|
1933
Crisistijd met hoge werkloosheid en veel armoede. Ook op
het platteland neemt de honger toe onder de landarbeiders. In Duitsland
wordt Hitler gekozen, in Nederland krijgt de NSB steeds meer aanhang,
nationalisme en vreemdelingenhaat bloeien.
|
1933
De grootste toeloop van nieuwe kandidaten wordt in de jaren dertig
genoteerd.
Jaarlijks melden zich 25 tot 30 jonge vrouwen.
|
1933
De katholieke wil om maatschappelijk zichtbaar te zijn
uitte zich onder andere in pleidooien voor grote gezinnen. Met name op
het platteland hebben veel gezinnen tussen 10 en 20 kinderen. Nagenoeg
elk gezin heeft wel een of meer kinderen in het klooster. De jaren
dertig zijn in Nederland een ongekende bloeitijd voor katholieke kerk
en religieus leven.
|
|
1952
Europa en Nederland hebben
crisisjaren en een
verwoestende oorlog achter de rug. In de oorlog was er veel
samenwerking ontstaan tussen katholieken, christenen en socialisten,
met name in d interneringskampen.
Binnen Nederland wordt volgens een herstelplan gewerkt dat
geheel gebouwd is op technische ontwikkeling. Er is geen ruimte voor
de psychologische schade die de oorlog veroorzaakte, noch voor de
goede ervaringen door de samenwerking.
De oude zuilen worden weer basis van de maatschappelijke opbouw.
Nederland voert tegelijk "politionele acties" in Indonesië.
|
1952
De congregatie telt bij haar eeuwfeest 760 leden in 33 huizen. Er is
een sterke Algemene Overste die nagenoeg alles regelt en met
een kleine staf zowel de conventen als de werkzaamheden in al die
huizen bestuurt. Hoofd van de congregatie is een door de bisschop
benoemde priester-directeur. Aan hem is het laatste woord in
fundamentele zaken.
In 1948 heeft de congregatie het grootste aantal leden ooit behaald:
764 vrouwen, novicen meegerekend.
|
1952
De zuilen worden na de oorlog hersteld. In 1954 komen de
bisschoppen met het Mandement: verbod om lid te zijn van de PvdA. Maar
het "herstel" werkt niet meer. Intellectuelen seculariseren, het
Nederlands "ghetto-katholicisme" is opengebroken.
De technische vooruitgang en wederopbouw verhogen snel de welvaart. In
de stad is het kindertal drastisch aan het afnemen.
|
|
1960-1970
In de wereld zijn veel
bevrijdingsoorlogen gaande. Het
koloniale tijdperk loopt op zijn einde en het neokoloniale tijdperk
begint. Door de verhalen van de missionarissen is er veel solidariteit
met de bevrijdingsstrijd.
De welvaart maakt het mogelijk, dat de staat steeds meer zorgsectoren
gaat subsidiëren: onderwijs, bejaardenzorg, ziekenzorg,
vormingswerk, maatschappelijk werk.
|
1960-1970
Januari 1960 vertrekken de eerste zusters naar Brazilië, Poa.
Midden jaren zestig komt de discussie op gang, of de congregatie de
gesubsidieerde werken niet aan leken moet overdragen om zich op
niet-gesubsidieerde maatschappelijke noden te richten.
In 1968 wordt een eerste kapittel gehouden waarbij alle zusters
betrokken zijn. Er is veel spanning, veel discussie en er komen veel
veranderingen. En er bloeit veel creativiteit op, zeker ook op
liturgisch gebied.
De eerste stroom uittredingen komt op gang.
|
1960-1970
In Rome wordt het Tweede Vaticaans Concilie gehouden.
In Nederland gaan de bisschoppen onmiddellijk over tot het
bijeenroepen van een Pastoraal Concilie. In 1966 verschijnt de Nieuwe
Katechismus, een product van gespreksgroepen in bijna alle parochies.
Conservatief katholiek Nederland gaat in oppositie. Rome grijpt
in
en gaat over tot het benoemen van conservatieve bisschoppen. Het leidt
tot grote frustratie.
Twee encyclieken laten die ontwikkelingen zien:
1962 Populorum Progressio over de ontwikkeling van de volken;
1968 Humane Vitae tegen de geboorteregelingen.
Maar de gezinnen worden nu overal kleiner.
|
|
1970-1980
Structurele werkloosheid.
Gastarbeiders die eerder
noodzakelijk waren voor de economische groei, worden nu als concurrent
gezien van de Nederlandse arbeiders. Tegelijk komen er grote
vluchtelingenstromen op gang door de oorlogen in de zuidelijke
continenten.
Na een politiek waarbij staatsschulden gemaakt worden om de economie te
stimuleren komt er een politiek van bezuinigen om de staatsschulden
weer te verminderen.
|
1970-1980
Vrij plotseling houdt het noviciaat op te bestaan, er melden zich
nauwelijks nieuwe leden. De stroom uittredingen gaat voort.
De overdracht van gesubsidieerde projecten aan lekenbesturen begint.
Zusters directrices maken plaats voor heren directeuren.
Het wordt tendens dat zusters zelf naar een arbeidsplaats gaan zoeken
en ze betreden nieuwe werkterreinen. Veel zusters gaan alleen wonen.
Ook missieprojecten worden overgedragen. Tegelijk raken op
eigen initiatief zusters bij ontwikkelingsprojecten betrokken
(Tanzania, Suriname)
Er worden 15 kleine conventen begonnen als nieuwe leefvorm.
De congregatie heeft tegenwoordig de mogelijkheid om
financiële steun te verlenen aan bepaalde projecten. Het is de
belangrijkste
vorm van maatschappelijk engagement geworden van de gemeenschap.
Zwaartepunt ligt op hulp aan kinderen, projecten voor economische
onafhankelijkheid van vrouwen, gemarginaliseerde groepen, hulp bij
rampen.
Speciale verantwoordelijkheid is er op dit moment voor een
landelijk pastoraat in Nederland aan aidspatiënten "Shiva" en
een project in Costa Rica om structureel de kinderprostitutie aan te
pakken in die regio.
|
1970-1980
Verslechterende relatie met
Rome, onaangename
bisschopsbenoemingen en secularisatieproces veroorzaken veel
kerkverlating en sterke vermindering van de kerkelijke betrokkenheid.
Individuele vrijheid wordt een belangrijk thema in de katholieke
kerkstrijd. Er ontstaan talloze oecumenische initiatieven. Nederland is
een van de weinige landen waar de katholieke kerk deelneemt aan de Raad
van Kerken. Progressief katholiek Nederland gaat in oppositie.
Vanuit Rome worden de Conciliedocumenten zo behoudend mogelijk
uitgelegd.
|
|
2002
Nederland is rijk.
Op sociaal gebied wordt een harde politiek gevoerd.
In de gezondheidszorg en in het onderwijs zijn veel problemen. Steeds
minder vluchtelingen worden toegelaten. De WAO is in afbouw.
Veel zorgarbeid die ooit door vrouwelijke religieuzen werd
opgezet en geprofessionaliseerd, moet nu binnen de mantelzorg worden
verricht.
De wereld lijkt in de greep van de "oorlog tegen het
terrorisme".
|
2002
De congregatie telt per 1 juni 2002 nog 150 leden. Een groot deel
daarvan is inmiddels afhankelijk van diezelfde zorgsector, die ooit
mede door onze congregatie werd opgebouwd.
De "jongsten" verrichten nog activiteiten ten behoeve van parochies
zoals liturgisch werk en ouderenzorg; ten behoeve van gemarginaliseerde
groepen als vluchtelingen, prostituees, "illegalen", Vierde Wereld;
onderwijs, toerustingswerk, vredeswerk, ontwikkelingswerk en mantelzorg.
|
2002
Orden en Congregaties (KNR en SNVR) participeren in de
Acht Mei Beweging. De oecumene aan de basis is vanzelfsprekend, op
leidinggevend niveau verloopt het stroef. De kerken raken leeg en
grijs. Het enthousiasme en de strijdbaarheid uit de jaren zestig tot
tachtig is verstild.
De Acht Mei Beweging gaat een nieuwe fase in van ontmoetingen op
kleinere schaal.
Wereldwijd staan christenen voor de opgave om een open dialoog met
moslims te beginnen of vol te houden.
|
|
Het
ministerie voor ontwikkelingshulp is afgeschaft. Onder de laatste
minister werd de hulp al beperkt tot de 20 armste landen, waardoor veel
projecten in diverse landen plotseling moesten stoppen.
En die hulp gaat toenemend naar grootschalige projecten, die bij het
publiek goed ogen en minder arbeidsintensief zijn om te controleren. De
ambtenaren die met die arbeid belast zijn dienen een bepaalde
hoeveelheid "productiviteit" te kunnen aantonen.
|
De congregatie is
via
financièle steun verbonden
met verschillende projecten.
Inmiddels is daarvoor het
Maria
Stroot Fonds gestart.
De bezinning over onze `erfenis is in volle gang. Onze eigen
spiritualiteit wordt nog eens hergeformuleerd, op basis van nieuwe
inzichten in de geschiedenis en tegen de achtergrond van de actuele
maatschappij.
Onze belangstelling gaat naar plekken en mensen waar we onze eigen spiritualiteit
herkennen.
|
Veel
orden en congregaties participeren in de financiële steun aan
projecten die via het PIN
(Projecten in Nederland) en via AMA/CMC (voor projecten in het
buitenland)
worden verzorgd.
Een deel van de orden en congregaties geeft nog de voorkeur aan een
eigen beleid van financiële ondersteuning. Soms vanwege eigen
missiegebieden of eigen spiritualiteit. Er is specifieke steun aan
pastorale projecten die binnen het eigen bisdombeleid weinig ruimte
krijgen. Binnen Nederland zijn er zo enkele grote projecten die door
een aantal congregaties samen worden gedragen.
Er is ook een intercongregationeel Werkverband van Religieuzen voor
Gerechtigheid en Vrede, met specifieke aandachtsvelden.
|