Zusters van "De Voorzienigheid", nieuwe woonvormen
INHOUD Journaal Bestuur & Organisatie Spiritualiteit Geschiedenis Activiteiten Publicaties  Geloofsbrief
                                home                                                                                                                                         


Nieuwe leefvormen:


IN het kielzog van de jaren zestig:
samen leven.

samen leven, samen werken

gemengde gemeenschappen

zelfstandig wonen


Zorg voor oudere medezusters:
zorggroepen

open kloosterbejaardenoord




































In het kielzog van de jaren zestig

In 1917 werd vanuit Rome een omvangrijke kerkelijke wet ingevoerd. Het kerkelijk leven werd meer naar regels en wetten ingericht. Dit gold ook voor de kloosters. Als gevolg van deze kerkelijke wetgeving werd de bewegingsvrijheid van religieuzen beperkt. Dit had voor actieve religieuzen grote gevolgen. Ze dienden hun leef-werkwereld te organiseren naar het model van slotkloosters. Dat kwam neer op de werkzaamheden bij het klooster houden en verbindingsgangen daartussen. Opzet was dat de religieuzen zo weinig mogelijk over straat zouden hoeven gaan. Alleen bij de wijkzorg en gezinszorg was dat niet mogelijk.
Ook werd er een streng dagritme opgelegd, vergelijkbaar met de slotkloosters. Dat maakte de zorgarbeid vaak zwaar en zette religieuzen onder grote druk. 

Het Vaticaans Concilie (1962-1965) wijdde uitgebreid aandacht aan het leven van kloosterlingen. Het gaf religieuzen opnieuw ruimte om het eigen leven vorm te geven teneinde goed te kunnen ingaan op actuele noden. Ook achtten de concilievaders het nodig dat er meer aandacht kwam voor goede en gezonde onderlinge relaties.

In veel congregaties ontstond beweging. Zo werden er diverse experimentele woonvormen geprobeerd. Vanuit de doelstelling werd tot dat moment het samenleven geheel bepaald door de gezamenlijke werkzaamheden. Nu kwam er ook grote aandacht voor het samenleven als zodanig.
Er kwamen leefgroepen zonder een gezamenlijke arbeid, maar met ieder een andere taak ergens in stad of dorp. Er kwamen leefgroepen met leden uit verschillende congregaties. Er gingen mensen alleen wonen; uit keuze, of vanwege een nieuwe arbeidsplaats die één persoon aanging, zonder dat er een groot  'liefdewerk' door de congregatie werd gestart. In de jaren 70 kwamen er ook mensen alleen te wonen als kloosters werden opgeheven of 'liefdewerken' overgedragen en één enkeling nog aan dat werk verbonden bleef. 

Ook in onze congregatie vonden al die ontwikkelingen plaats. 
Die veranderingen gingen niet vanzelfsprekend. Er was veel emotie, er was veel  discussie.


Samenleven zonder gemeenschappelijk werk:

Soms is er een groep zusters die tot een initiatief komt voor een experimentele woonvorm, zoals in
Amsterdam Nieuwe Herengracht 1968 - 1985
Heemstede Wipperplein,
Steenwijkerwold Tuk 1970-1982

Soms ook neemt een bestuur het initiatief tot experimentele woongroepen, zoals voor  Amsterdam Van Breestraat 1968 - 1973



Leefgroepen in 'burgerhuizen' met gemeenschappelijk werk:

Deze woonvorm ontstaat om uiteenlopende redenen en is bij ons niet helemaal nieuw. Er had al eens een kleine groep zusters in Dordrecht gewoond, en in Den Haag. Het is een woonvorm waar vanaf de jaren 70 makkelijk voor wordt gekozen. De redenen zijn praktisch:
er is geen klooster op de plaats waar een nieuw werkveld werd gekozen Amsterdam-Bijlmer Hoogoord 1971 - 2006,

of een klooster is te groot geworden, zoals
Limmen Kerkweg 1971 - 1994
Leiden Apollolaan 1990 - heden
Noordwijkerhout 1971 - 1982
IJmuiden Herenlaan 1977 - 1994

In Heemstede worden op verschillende plaatsen kleine woongroepen gevormd van zusters die werkzaam waren in ons verzorgingshuis:
Heemstede Troelstralaan 1970 - 1982
Heemstede Troelstralaan 1971 - 1982
Heemstede Troelstralaan 1970 - heden
Heemstede Glipperweg 1974 -
Heemstede Glipperweg 1974 -
Heemstede Zomerlaan1976 - 2000


In Heemstede Cruquius woonde van 1982 tot 2000 een uitgebreide groep zusters in het vroegere kleinseminarie van het Bisdom Haarlem, Hageveld. Een deel van het pand werd tot woonruimte voor onze zusters omgebouwd. Het ging veelal om zusters die werkzaamheden verrichten in ons vezorgingshuis Bosbeek. Toen deze woonvorm werd aangeboden, werden enkele kleine woongroepen in Heemstede afgebouwd.
terug



'Gemengde gemeenschappen':

Om uiteenlopende redenen gebeurt het ook, dat zusters verbonden raken aan een project waar een ander religieus instituut de verantwoordelijkheid voor heeft. Soms sluiten ze zich dan ook aan bij de leefgemeenschap die dat project draagt.

Amsterdam, Magdalenaparochie 1970 - 1986
Amsterdam, Achterburgwal 1980 - 2005
Utrecht, Giordano Bruno Huis 1978 - 2007
Amsterdam, Oudezijds 100 1988 - 2008


In Eindhoven (1976 tot 1986) woonde een groep zusters als eigen contemplatief centrum binnen het klooster van de Zusters Clarissen aldaar.

In Maastricht leefde van 1987 tot 1989
een kleine groep in een leeggekomen pand, om tot een nieuw project te komen. Ze moesten het pand verlaten voordat de opzet goed geslaagd was.
terug



 Zusters die zelfstandig kwamen te wonen
Om allerlei redenen komen zusters alleen te wonen. Een persoonlijke keuze na jaren gemeenschapsleven. Een klooster wordt verkocht en het werk aan anderen overgedragen, maar een van ons blijft nog verbonden aan dat werk en wonen in die plaats. Of iemand vindt een uitdagende arbeid op een plek waar geen klooster is.
Zelfstandig wonende zusters waren/zijn te vinden in:
Amsterdam, Edam, Haarlen, Heerhugowaard, Heino, Hoorn, Leiden, Naarden, Rotterdam, Santpoort, Steenwijkerwold, Ulft, Utrecht, Voorhout, IJmuiden, Zwolle.
Men pretendeerde werk- en leefmilieu waar mogelijk te scheiden.




Zorg voor oudere medezusters

In de jaren tachtig ontstond veel behoefte aan zorgplekken voor groepen oudere religieuzen.
Van 1910 tot 1940 hadden de orden en congregaties in Nederland een omvangrijke toeloop van nieuwe leden beleefd. Daar werden grote kloosters voor gebouwd,  naar het voorbeeld van de oude slotkloosters.

De grote groepen nieuwe leden uit die eerste helft van de twintigste eeuw beginnen in de jaren zeventig zorgbehoeftig te worden. De grote kloosters waren gebouwd ten behoeve van actieve werkende leefgroepen en waren veelal niet geschikt om door verbouwing aan te passen op de groeiende zorgbehoeften.
Op allerlei wijzen werken orden en congregaties samen en schieten elkaar te hulp. Onze congregatie kent enerzijds ook die snel toenemende behoefte aan woonmogelijkheden met enige mate van zorg. Anderzijds wil het bestuur niet alle ouder wordende leden dwingen om op bepaalde plaatsen geconcentreerd te leven.
Ook daarin werden variaties van wonen gezocht. Er ontstond een ruime waaier aan mogelijkheden.



Varianten van zorggroepen:

Er wordt uitgekeken naar mogelijkheden om in kleinere gemeenschappen te leven binnen een groter zorgaanbod. Zo komen er leefgemeenschappen van oudere zusters binnen grotere verzorgingshuizen:

Hoofddorp 1981 - 1995
Heino 1970 - 1990
Heemstede 1985 - 1991
terug


Kloosterbejaardenoord opengesteld voor niet-kloosterlingen:

Inmiddels leeft de meerderheid van de zusters in een bijzondere experimentele vorm: in verzorgingshuizen samen met andere kloosterlingen of ook met niet-kloosterlingen.
De eerste groepen die deze woonvorm uitprobeerden sloten zich nog bij anderen aan:
 
Voorhout sinds 1978 en Warmond sinds 1976.
In Voorhout leeft een deel van de zusters in 'aanleunwoningen' op het terrein van het zorgcentrum van "onze broeders".


In Heemstede, Bosbeek gebeurt het andersom.
Dit huis begon als een verzorgingshuis voor onze zusters. In de loop van de tijd hebben er zich grote veranderingen voorgedaan. Eerst werd het verzorgings en het verpleeghuis verkocht aan een instantie die meerdere huizen beheert: Sint Jacob. Daarmee is huis en terrein niet meer van ons. Onze zusters hebben wel recht er te wonen als ze dat nodig hebben, met voorkeuroptie.
Een volgende stap was, dat er religieuzen uit andere congregaties bij kwamen wonen.
Weer een stap verder was, dat het huis werd opengesteld voor niet-kloosterlingen. Daarbinnen was een volgende stap, toen de eerste mannelijke bewoner kwam.
Onze zusters die er al woonden, hebben zich telkens moeten aanpassen aan die veranderingen. Er is zorgvuldig gewerkt aan een goede integratie.

Blijft staan, dat het weliswaar door velen ervaren wordt als een goede stap, een verrijking in hun dagelijks leven, terwijl er anderen zijn die het met pijn accepteerden.
Sommige 'nieuwe' bewoners nemen scherp waar dat niet iedere zuster even gelukkig is met deze situatie. Over het algemeen echter geven ze aan, dat ze zich bijzonder prettig opgevangen voelen en graag in deze gemeenschap wonen.

Deze feitelijk experimentele woonvorm lukt niet zomaar vanzelf. Het gaat veelal om mensen van hogere leeftijd, een kwetsbare groep. Extra moeilijk kan het echter juist zijn voor de vitale kloosterlingen, die eigenlijk niet in een zorgsituatie thuishoren, maar wel deel uitmaakten van deze kloostergemeenschap toen al die veranderingen inzetten. De zeer uiteenlopende specifieke situaties vergen veel aandacht om de prettige leefsfeer die er heerst te behouden.

terug