Zusters van "De Voorzienigheid", 's-Gravenhage
INHOUD Journaal Bestuur & Organisatie Spiritualiteit Geschiedenis Activiteiten Publicaties  Geloofsbrief
                                home                                                                                                                                         


over man-vrouw verhoudingen gesproken!

reproductie van het maatschappelijke patroon onder religieuze legitimatie

Tweejarig verblijf in Den Haag

In 1952 werden vier zusters door Moeder de Pazzi gevraagd om naar de Haag te gaan. het waren de zusters Aldonsina, Aresia, Athanasia en Clementino. het was de bedoeling dat zij daar enig pastoraal werk zouden gaan verrichten. Zij zouden voornamelijk huisbezoek gan doen onder de naam: "Open Deur Werk".
Aangezien zij daar niet toe waren opgeleid zou rector Starrenburg her nierin vooraf wat begeleiding geven. na een gesprek kregen zij alle vier het boek mee: "Het geloof van onze Vaderen".
hen adres was: Laan van Copus van Cattenburg 70. Pater van kempen woonde daar al. Hij was degene die de zusters bij aankomst hartelijk welkom heette.
Toen zij daar binnenkwamen bleek het huis vreselijk vervuild te zijn. Het was een groot herenhuis waar Chinezen in hadden gewoond. De vaste vloerbedekking was er uit gehaald voordat zij vertrokken. Daaronder lagen parketvloeren die er natuurlijk vreselijk uitzagen! De zusters waren wel wat gewend, dus staken zij de handen uit de mouwen en maakten het huis van boven tot onder helemaal schoon. Er waren houten trappen.

Beneden hadden de paters redemptoristen hun eetkamer en daarnaast was een grote zaal die voor het "Open Deur Werk" gebruikt zou gaan worden. er was een spreekkamertje, een flinke hal en een keuken.
De eerste etsge was gereserveerd  voor een kapel waar retraitanten conferenties kregen, een zitkamer en eens laapkamer voor pater  van Kempen.
Op de twee de etage woonden de zusters. Zij hadden daar een huiskamer, een klein kapelletje nog een grote kamer, een badkamer en toilet en een groot balkon.
Helemaal boven, op de derde verdieping, waren vijf kamertjes. In het begin hebben de zusters daar geslapen. Ieder een eigen kamertje, wat een weelde! maar dat duurde niet lang!
Er kwamen vijf paters bij en zij moesten hun kamertjes afstaan om ruimte te maken voor die paters. de grote kamer op de tweede verdieping werd in vieren gedeeld waardoor er vier celletjes ontstonden voor de zusters.
Zij hadden een bed en een nachtkastje en een waskom met een kan om zich te wassen.

En hoe gingen de zusters aan het werk? Er was beloofd dat er, door de tijd heen, iemand aangetrokken zou worden voor het zware werk, maar die hebben zij nooit gezien!
Zuster Athanasia dook al gauw de keuekn in, dat werk was zij gewend. Zr. Clementio zorgde voor de kapel. Ze zette rgelmatig verse bloemen neer, maar aangezien er geen vazen in huis waren spaarden de zusters jampotjes. Ook verzorgde ze het witte wasgoed en naaiwerk.
De eerste keer dat ze op huisbezoek ging was ze heel ontdaan toen ze thusikwam. Ze had verhalen gehoord die voor haar heel vramd waren.

Zr. Alfonsina stak ook meteen haar handen uti haar mouwen. Ze zág het werk en zorgde dat alles regelmatig een beurt kreeg. En Zr. Aresia? Zij zorgde voor de paters. Zij diende h et eten bij hen op en hield de eetkamer schoon met de daarbij behorende zaal. Ze naaide het zwarte goed voor de paters, zorgde voor de bel en nam de telefoon aan.
Bij samenkomst van parochianen en anderen was zij bij de deur om de mensen te ontvangen en hen van koffie en thee te voorzien.

De paters Redemptoristen hielden parochie retraites. Dat gebeurde altijd in de avonduren. dan kwamen mensen uti een bepaalde parochie voor de conferentie en dat ws meestal vijf dagen achtereen. Soms was er ook een retraite voor huismoeders. Deze werd dan meestal overdag gegeven.
Voor PAsen of Pinksteren werd een dag gegeven voor de mensen, die voorheen in Noordwijkerhout in retraite gingen. Dat waren de eliten! het was dan wel héél druk. Er waren soms wel vijftig man! Als de paters zagen dat het te druk voor ons werd kwamen ze ons te hulp.
Op zondag was er vaak een H. Mis voor Engels- en Franstaligen van de ambassade. Zuster Aresia had een paar zinnetjes uit haar hoofd waarmee ze de mesnen kon begroeten bij aankomst en als ze weggingen.
Op "stille dagen" (indertijd een kloostergebruik, regelmatig een dag dat er niet gepraat werd) was er aanbidding en dar waren de zusters ook bij betrokken. Twee aan twee baden ze van uur tot uur.

Tijdens het verhaal van de zrs. Aresia en Alfonsina wordt er regelmatig gelachen vanwege de absurde situaties die ze hebben megemaakt, maar het is wel hartleijk lachen.
Van het echte pastorale werk van de zusters kwam niet veel terecht. "We waren daar voor ook niet opgeleid", zegt zr. Alfonsina en de dames die voor het huishoudelijke werk zouden komen kwamen niet. Zj hielden de kamers regelmatig schoon, de bedden moesten worden vershcoond en alles wat er verder bij kwam kijken. Op dat vlak waren de paters niets gewend dus het was maar goed dat er een goepje vrouwen was dat naar hen omkeek!

Toen Moeder de PAzzi een keer kwam en zag hoe het er dar toe ging, zei ze: "Maar dat is niet de afspraak!"
Kort daarna zijn de zusters vertrokken. Ook Pater van kempen vertrok en werd vervangen door Pater Witbroek en daarna kwamen nog meer veranderingen.
De huishoudleijke werkzaamheden werden na het vertrek van de zusters gedaan door een echtpaar. Zij namen toen dus het werk van de zusters over.